Hanneke van Veen

Archive for the ‘Beestjes’ Category

Rob en ik aten laatst een eitje bij de lunch en genoten ervan, want sinds we (bijna een jaar geleden) vegetariër werden is de keuze voor broodbeleg wat teruggelopen. Het gesprek gaat – vanwege die eitjes – over veganisme, geen melk drinken en over haantjes die nadat ze uit het ei zijn gekropen blijkbaar niet welkom zijn op deze wereld. Nee, ze worden gehakt, vergast of verdronken, lees ik later op internet. Ik krijg daar een vieze smaak van in mijn mond en schrik nog eens extra van het feit dat  wereldwijd per jaar wel 3,2 miljard haantjes zo om zeep worden gebracht. 

Stinkende kippenfarm
Dat doet me denken aan vrienden die jarenlang in de stank van een kippenfarm hebben gewoond. Toen ze hun huis daar in het noorden kochten was die farm nog vrij klein, maar inmiddels flink uitgebreid met enorme stankoverlast tot gevolg. Daardoor was het bijna onmogelijk om te verhuizen. Want wie wil er nu een huis kopen dat weliswaar prachtig verbouwd is en omringd door een enorme tuin, maar waar je – bij bepaalde windrichting – je neus moest dichtknijpen of gedwongen was het pand te verlaten. Uiteindelijk hebben ze toch kunnen verkopen, maar voor een relatief laag bedrag.

Leuke huisdieren
Zelf hadden we vroeger – toen de kinderen klein waren – een paar krielkippen en een haantje. Een leuk soort met verschillende kleuren. In de winter mochten ze in de tuin loslopen. In de zomer zaten ze in een mooi getimmerd kippenhok met ren. Ze legden eieren die goed verstopt waren onder de meest broedse kip. Wij vonden het leuk en spannend en de kinderen waren zeer geïnteresseerd. Na een poosje kwamen er vier kuikentjes te voorschijn die direct achter hun moeder aanliepen. Tot onze schrik keek ze niet meer om naar eitje nummer vijf. In een doos met lapjes en een warme kruik kwam ook dit kuikentje uit het ei. Heel bijzonder om dat allemaal zo van dichtbij te zien. Terwijl het ei nog dicht was hoorden we niet alleen getik maar ook al een zacht getok.

We waren er blij mee, tot het moment dat we ontdekten dat het alle vijf haantjes waren die het gekraai van vader haan probeerden na te doen. Eerst vrij zacht, maar na een tijdje steeds luidruchtiger. Ze veroorzaakten vroeg in morgen veel overlast voor de buren en ons. Wat te doen? We wisten het niet en vroegen of de slager/poelier ons misschien kon helpen. Hij wilde de haantjes wel slachten en plukken voor 10 gulden per stuk. Dat vonden we echt te duur.

Uiteindelijk besloot Rob het probleem zelf op te lossen. In het ons toenmalige lijfboek Leven van het land stond precies wat je  moest doen. We wachtten tot de kinderen bij hun andere ouders waren. Eigenhandig bracht Rob het vijftal om. Maar toen de kinderen thuis kwamen en hoorden waar de haantjes waren gebleven kregen we er van langs. “Jullie zijn moordenaars, gemeen, dierenbeulen”.
Na een paar dagen, toen de storm wat geluwd was, stond er een pan met gebraden haantjes op tafel. Daar hebben we nauwelijks van gegeten, zo taai als ze waren. De kinderen aten er sowieso niet van, maar ook voor mij was het hele gebeuren genoeg om die pan kokhalzend van me af te schuiven.

Niet meer …
Daarna  hebben we voorkomen dat er levende wezentjes uit de eitjes kwamen en aten we ze met veel genoegen.
Kippen en haan zijn bij een verhuizing cadeau gedaan aan een vriend die er nog jaren plezier van heeft gehad.

Op 4 april 2018 gebeurt er iets heel vreemds in het bushokje waar mijn man en ik staan te wachten en napraten over het geslaagde optreden van Lebbis in Diligentia. Na een korte stilte zegt Rob opeens: “Ik word vegetariër.” Nu weet ik heel goed wat dat betekent, want als twaalfjarige besloot ik dat ook en heb het een aantal jaren volgehouden. Maar dat mijn man, die gek is op ongeveer alles wat van de slager komt, dat serieus meent kan ik echt niet geloven.

Hoezo vegetariër? Je maakt zeker een grapje, zeg ik. Maar nee hoor, hij meent het echt en legt uit dat het komt door Lebbis, die hem met zijn persoonlijke verhaal over vlees eten, dieren mishandelen en doden en het klimaat zo geraakt heeft dat hij nu definitief een punt zet achter het carnivoor zijn. Ik sta perplex. Wie had dat ooit gedacht. De bus komt er aan we stappen in. Vegetariër, hoe is het mogelijk? Ik denk aan andere boodschappen doen en ander eten koken en opeens hoor ik mezelf zeggen: OK, dan word ik het ook. Dan doen we het samen. Dat is goed om niet langer dieren te (laten) doden en het is prima voor het klimaat.

Nu is het een half jaar later en we eten wel eieren, kaas, melkproducten, vleesvervangers en speciale pillen voor vegetariërs, maar geen vlees meer. Het bevalt prima, al hebben we vrij snel besloten af en toe wel vis e.d. te blijven eten. Dan is de stap niet zo groot.
Wel deed zich een ‘probleem’ voor toen we voor een paar dagen naar Frankrijk vertrokken. Daar wonen mijn schoonzus en zwager. Zij staan bekend om de verrukkelijke Franse gerechten die voor een groot deel uit (vooral) vlees bestaan. Hoe lossen we dat op? Dat is niet zo eenvoudig. We praten erover en komen niet verder. Bij Rob loopt het water al in de mond als hij aan die maaltijden denkt. En zijn zus ‘opzadelen’ met ons vegetarisme zou de vakantiepret flink bederven, daar is hij zeker van.

Om onze nieuwe levensstijl zomaar overboord te gooien voelt voor beiden ook nogal slap. We piekeren nog een poosje verder en dan krijg ik een lumineus idee. Weet je wat, we zijn gewoon vegetariër in Nederland en … dus niet in het buitenland. Zodra we weer de grens naar Nederland overgaan op de terugweg dan is het weer over. En zo is het gegaan. Direct over de Franse grens begon voor mijn geliefde het feest. Maar mij kon het vleeseten niet meer boeien. Vissoorten, zoals zeeslakken en oesters die In Frankrijk werden aangeboden vonden echt geen weg naar mijn maag. Het bleef bij twee eenvoudige tongetjes.

Kort geleden zag ik een bericht op het Nederlandse nieuws dat houtkachels en open haarden bijna net zoveel fijnstof uitstoten als het gehele wegverkeer in ons land. Dat is een alarmerende boodschap, want soms is de uitstoot wel 10 keer hoger dan wat de Gezondheidsorganisatie WHO adviseert.

Op dit moment verblijven we in een gehuurd huis in Spanje (aan de Costa Blanca). Er is een gaskachel en die hebben we geregeld aan, omdat er nu van lekker warm overwinteren in dit gebied nauwelijks sprake is. We hebben pech, want het is koud, regenachtig en de zon schijnt maar sporadisch.
hout-stoken-longfondsDe eigenaren van het huis gaven ons toestemming en het advies om ook de open haard te gebruiken, maar daar zien we zonder al te veel moeite van af. We weten al jaren dat hout stoken nadelig is voor het milieu en de gezondheid van de mens.
Ik kan me voorstellen dat het ooit verboden wordt of dat er strengere regels gaan gelden. Een organisatie die al langere tijd bezig is dit ter discussie te stellen is Houtstook. Lees de rest van dit artikel »

Steeds duidelijker wordt dat veel groen in de stad een voorwaarde is voor leefbaarheid en gezondheid. Ook verticaal groen kan daar aan bijdragen. Zo’n groene muur neemt CO2 op, maakt zuurstof aan, filtert fijnstof uit de lucht en geef ruimte aan vogels en insecten. Ook beschermt een ‘verticale tuin’ bewoners ‘s winters tegen kou en ‘s zomers tegen de allerergste hitte.

Groene-muurHier en daar zie je prachtige voorbeelden met (groenblijvende) klimop, rozen of blauwe regen. Wel is het goed – als je je eigen gevel wilt laten begroeien –  vantevoren mogelijkheden en eventuele risico’s na te gaan.
Essentieel daarbij is het verschil tussen klim- en slingerplanten. Klimplanten, zoals klimop of klimhortensia, kunnen zelf tegen een muur opklimmen en hechten zich aan de stenen met een soort zuignapjes. SlingerplantSlingerplanten doen dat niet. Die hebben hulp nodig. Zij slingeren zich met ‘zoekende ranken’ om alles heen dat steun kan bieden. Een metalen, houten of kunststof rek kan die steun bieden. Of draden, tegen de muur aangebracht. Voordeel van slingerplanten is, dat ze vrij eenvoudig zijn te verwijderen, indien nodig is; ze veroorzaken geen schade aan muren. 

Bij klimplanten is verwijderen niet altijd makkelijk, want ze zitten meestal flink vast aan de muur. Op oude muren met kalkhoudende specie tussen de bakstenen kunnen ze schade aanrichten. Bij moderne huizen wordt nu hardere specie gebruikt en levert klimop geen schade meer op aan muren.

Andere problemen kunnen ontstaan als niet tijdig gesnoeid wordt, want klimmers (vooral klimop) kunnen zich met hun uitlopers in kleine spleetjes en grotere openingen (zoals kozijnen) wurmen en daar doorgroeien. Dan is schade niet denkbeeldig. Hun groeikracht is enorm, zodat ze met gemak dakpannen van hun plaats duwen, afvoerpijpen en goten verstoppen. Daarom is het begrijpelijk dat woningbouwverenigingen en VVE’s doorgaans tegen klimmers zijn.

Maar positieve aspecten zijn er ook, zoals hierboven al genoemd, en essentieel voor een leefbare toekomst van de stad. Als klimmers niet verwaarloosd worden, kunnen ze heel wat vierkante meters groen opleveren tegen muren, hekken, schuren en afrasteringen.

Hoe en wat planten?
Plant klimmers en slingeraars door wat stenen weg te nemen onderaan een muur. Wel op enige afstand, want anders droogt de grond te snel uit. Schep voldoende bouwzand weg en vervang door potgrond en een deel compost, eigenlijk dus door een smal geveltuintje te maken. Of neem een grote bak, bijvoorbeeld bij niet te grote slingerplanten. Houdt er wel rekening mee dat dan vaker water gegeven moet worden.

Klimmers zijn de alom bekende klimop (hedera), klimhortensia, de trompetklimmer (Campsis) en wilde wingerd die ’s winters haar blad verliest en – bij uitzondering – wél wat kalk kan onttrekken aan muren.

Wilde-wingerdSlingerplanten zijn o.a. clematis, kamperfoelie, sterjasmijn, passiebloem en blauwe regen. Met die laatste moet je bij oude planten toch ook uitkijken, want die kunnen zo sterk worden dat ze in een soort innige omhelzing een regenpijp kapot kunnen drukken. Dus hou hem in de gaten!

Je kunt ze ook zien als je niet gedronken hebt.

De ‘vangst’ van de afgelopen weken:


Hanneke van Veen