Hanneke van Veen

Archive for the ‘Guerrilla gardening’ Category

In de NRC las ik een recensie over het boek Stadsnatuur maken. Making Urban Nature. Maar liefst drie schrijvers hebben hier aan meegewerkt: Jaques Vink, Piet Vollaard en Niels de Zwarte. Zij stellen dat stedenbouwkundigen en architecten ‘natuur-inclusief’ moeten gaan bouwen, maar dat ook inventieve en natuurminnende bewoners zelf kunnen zorgen voor meer groen met o.a. dakterrassen en geveltuinen.

De overtuiging dat steden (en Den Haag, als een van de minst groene steden van Nederland al helemaal) stukken groener moeten worden om er gezond te kunnen leven is voor mij een vanzelfsprekend uitgangspunt. Het interesseert me al jaren en ik heb me als ‘natuurminnende’ bewoner niet onbetuigd gelaten om extra groen aan te brengen, waar dat maar enigszins mogelijk was. Want om te wachten tot de stedenbouwkundigen en architecten zover zijn; dat gaat me veel te lang duren. Dus aan de slag!
We (mijn echtgenoot Rob en ik) maakten in 2013 een site met informatie en tips hoe je als particulier in je eigen buurt, tuin en omgeving aan de slag kunt gaan: Meer groen? Zelf doen! Later maakten we ook een site over het gevaar van hitte-eilanden dat ontstaan in steden met dichte bevolking, te veel steen en te weinig groen, zoals Den Haag.
.

Zelf aan de gang, niet zo eenvoudig?

Al meer dan tien jaar geleden las ik onheilspellende verhalen over het gebrek aan groen in steden en besloot te proberen één vierkante meter extra groen toe te voegen aan de voor- en achtertuin die ik al had. Welgemoed begon ik met een paar bakken en emmers, die ik in de kringloopwinkel had gevonden. Uit m’n tuin haalde ik plantjes door middel van uitdunning en vulde die aan met vergeet-me-nietjes en viooltjes uit het tuincentrum.
Ik was heel tevreden, maar dat duurde niet lang, want toen ik precies ging meten kwam ik bij lange na niet tot die ene vierkante meter.
Daarna kwam er een stel sedum-bakken bij op het serredak van onze woning. En uiteindelijk is het ruim gelukt door een nieuw tuinhuisje achter in de tuin te bedekken met 6 vierkante meter sedum.
.

Valeriusstraat groener!

Ruim een jaar geleden verhuisden we naar een vrij groene buurt met een mooi park en water. Ik zag echter vlak bij onze woning een grote brede straat die weliswaar vol stond met bomen maar die  stuk voor stuk in kale, lelijke boomspiegels met zand stonden. Direct kwam het idee op om daar iets aan te doen door ze te veranderen in groene boomspiegels (ook wel boomtuintjes genaamd). Zou ik dat voor elkaar kunnen krijgen? En hoe moest ik dat regelen?
Dit voorjaar (april/mei 2017) lukte het om aarde en planten te krijgen van de gemeentelijke groendienst in onze wijk voor de eerste vijf boomspiegels.  Daarna kregen we een subsidie van Fonds 1818 voor de overige 26. Zie meergroenzelfdoen.nl voor een uitgebreid verslag met foto’s van elke boomspiegel.
Dit zou ik nooit alleen kunnen doen. Rob is vanaf het begin bij alles betrokken en werkt net als een aantal vrijwilligers hard mee om alles voor elkaar te krijgen. Zonder hun hulp en die van de winkeliers die zorgen voor het water geven en onkruid bijhouden zou het hele plan nooit van de grond gekomen zijn.
.

Honderd vierkante meter?

Nú vind ik het vooral spannend (in verband met mijn vroegere actie voor één vierkante meter) als dit keer 100 vierkante meter gehaald kan worden. Als de 7 boomspiegels uit de Lübeckstraat, inmiddels gemaakt door bewoners, door de activiteiten in Valeriusstraat op een idee gebracht, meegeteld worden zal het zeker lukken. En dat is niet niks!
.

Hoe nu verder?

Den Haag telt 116.000 zogenaamde straatbomen, bomen in bos en parken niet meegeteld. Van die meer dan 100.000 boomspiegels is maar een klein deel beplant. Een veel groter deel zou beplant kunnen worden. Sinds een aantal jaren zie je dat bewoners het aandurven om ‘hun’ boomspiegel voor de deur van planten te voorzien. Zoals bijvoorbeeld in de Haagse Theresiastraat, bekend om z’n stokrozenactie van bewoners. De Theresiastaat en een flink aantal zijstraten bieden een prachtige aanblik in de lente en deel van de zomer.
Ook dringt – langzaam maar zeker – tot groendiensten en schoffelaars door dat er een groot verschil is tussen planten en onkruid. Toch komt het nog voor dat zojuist geplant groen plotseling is verdwenen en alle moeite voor niets is geweest. Bewoners zijn hier niet blij mee, maar de aanhouder wint en het plaatsen van een bordje tussen het groen helpt.
Het is te hopen dat steeds meer bewoners hun straten vergroenen en, naast geveltuintjes, klimplanten, groene daken, balkons en plantenbakken, ook boomspiegels gaan beplanten. Als honderden of duizenden bewoners dat doen zal het zeker invloed hebben of het stadsklimaat. Want dan gaat het niet meer om één vierkante meter, niet om honderd, maar om duizenden, misschien wel tienduizenden vierkante meters.
.
En dat is belangrijk. Niet alleen heeft extra groen effect op de sfeer in de straten en op de gezondheid van bewoners, maar ook op de temperatuur en de lucht die we inademen.
Advertenties

Sinds ik op straat, in de openbare ruimte boomspiegels en andere plekken van bloembollen, planten en bloemen voorzie weet ik dat bijna iedereen daar positief op reageert. Elke keer krijg ik complimenten van voorbijgangers, die soms ook even blijven staan om een praatje te maken. Op die manier heb ik de meeste buren en overburen leren kennen; dat is prettig als je nieuw bent in de buurt.

Er is jammergenoeg wel sprake van bepaalde hondenbezitters die op momenten dat niemand het kan zien hun hond in de boomspiegels laten poepen en te beroerd zijn het op te ruimen. Dat geeft best wat ergernis, want het is vies en onhygiënisch. Bovendien geeft het blijk van minachting voor het werk van het groenbeheer en vrijwilligers (zoals ik) die proberen hun wijk, dorp of stad een beter aanzien te geven.

Geveltuintjes-van-bewonersToch weerhoudt het me er niet van gewoon door te gaan, want tuinieren is leuk en de voordelen van groen zijn groot. Niet alleen dat je er van kunt genieten en vrolijker van wordt, er zijn veel meer positieve effecten van extra groen in stedelijke gebieden.

KPMG (een groot accountantskantoor) toonde in 2013 aan (met een onderzoek in opdracht van de overheid) dat de aanleg van meer groen enorme besparingen oplevert. Allereerst een besparing van € 65 miljoen op het budget van volksgezondheid. Op salarissen van werknemers die zich minder vaak ziek melden is de besparing maar liefst € 328 miljoen. Daarnaast krijgen jongeren minder vaak depressies. Groen heeft zelfs effect op overgewicht, omdat kinderen bij 10 procent meer groen 15 procent meer gaan bewegen. Lees hier meer.

Ook in de USA is onderzoek gedaan naar de positieve effect van bomen (en groen). Dat is ook niet mis, in Amerika is alles immers groter. Honderden doden minder, honderdduizenden minder zieken en maar liefst 7 miljard dollar aan besparingen.

Bomen-in-de-USA

Een van de Nijmeegse tuinen die nodig onder handen genomen moeten worden

Een van de Nijmeegse tuinen die nodig onder handen genomen moeten worden

Nijmegen heeft een leuk initiatief voor de vele braakliggende, openbare grond en privé tuintjes die niet of nauwelijks gebruikt/onderhouden worden. Tegelijkertijd zijn er wachtlijsten voor volkstuinen en zijn er mensen zonder tuin of geschikt balkon die dolgraag ergens als hobby-tuinier aan de slag willen.

Nijmegen Deelstad
De initiatiefnemers daarover: 
“Nijmegen Deelstad helpt graag met het verbinden tussen vraag en aanbod van dit soort tuinen. Wij willen er voor zorgen dat alle stukjes grond in Nijmegen gaan groeien en bloeien. Van iemands voortuin tot hele terreinen voor stadslandbouw en alles er tussen. Omdat het dan mooier wordt, omdat er dan meer mensen verbonden en blij zijn, en wie weet, omdat we meer voedsel uit te delen hebben.”
Op de site staat een lijst met plekken waar mensenhanden nodig zijn. Een prima voorbeeld dat navolging verdient.

Gewoon beginnen
Hoek_Galileistraat_Marconistraat
Zolang iets dergelijks bij jou nog niet van de grond is, kan je ook zelf beginnen. Een voorbeeld daarvan uit onze vorige buurt staat hier met foto’s (voor en na) beschreven.
In de nieuwe wijk waar we sinds een jaar wonen heb ik al diverse boomspiegels onder handen genomen en bij particulieren aangeboden om lelijke kale plekken of lege bakken van planten te voorzien. Alleen natuurlijk als de eigenaar akkoord gaat.

Lege bakken
Zo liep ik al bijna een jaar langs twee hoekhuizen, voorzien van lange gemetselde bloembakken aan de straatkant. Eén was voor een deel en de ander helemaal leeg, op wat aarde na. Iedere keer dat ik dat zag kreeg ik sterke aandrang om daar iets aan te doen. Maar het is best eng, dus ik stelde het steeds weer uit. Uiteindelijk heb ik moed verzameld om aan te bellen met de vraag of ik er planten in mocht zetten. Bij de eerste ging men direct akkoord en inmiddels is dat klusje geklaard met een halve zak aarde en een aantal precies dezelfde planten (blauwe campanula’s) van het soort dat er al instond. Bij het tweede adres werd er steeds maar niet opengedaan, maar de aanhouder wint en ook daar heb ik een bewoner getroffen. De man keek me verbaasd aan en vond het “best wel goed” dat ik zijn plantenbakken ga opvullen. Daar is heel wat meer aarde voor nodig en ook meer planten. Dat gaat binnenkort gebeuren.

En zo kan ik het gemis van een grote tuin mooi compenseren en… de buurt groener maken en opvrolijken. Hieronder de bak voordat er geplant werd. Hopelijk kan ik over een paar maanden een fraaiere foto plaatsen.

Plantenbak-Nieuwe-Haven

klimatopenkaart-den-haag-bosch-slabbers (1)Op 23 oktober 2014 schreef ik hier: Eerste ‘stadsklimaatboom’ geplant. Daarin had ik het ook over de ontdekking dat wij (Rob en ik) op een zogenaamd hitte-eiland wonen. Wij hadden nog nooit van dat begrip gehoord en al helemaal niet van het hitte-eiland-effect.

We zijn vanaf dat moment druk bezig geweest om informatie bij elkaar te krijgen. Na ruim een week besloten we een website te maken waarin – voor een groter publiek – de informatie van onderzoeken en rapporten van de afgelopen jaren op een begrijpelijke wijze is samengevat.

hittestress-bij-ouderenGisteren was het zover. Het gaat om een serieus probleem dat – alleen al in Europa – tijdens hittegolven tienduizenden levens heeft gekost en zal gaan kosten. Maar het is niet hopeloos, want er kan van alles aan gedaan worden. Nieuwsgierig? zie: www.hitte-eilanden.nl.

Op 16 september 2014 werd een jonge honingboom geplant in de Arnhemse wijk Het Sonsbeekkwartier. Daarmee is deze boom tot de eerste stadsklimaatboom ter wereld bevorderd.
Het Sonsbeekkwartier heeft hinder van hitteproblemen, ook wel het ‘urban heat island effect’ genoemd. Ook de afgelopen zomer is dat weer gebleken: vaak was het er te warm om te werken of te slapen.
Klimaat boekLandschapsarchitecte Sanda Lenzholzer woont in die wijk en werkt als universitair docent aan de Universiteit van Wageningen. Naar aanleiding van haar boek Het weer in de stad en een presentatie die ze gaf nam de stad Arnhem het initiatief deze boom te planten.

 

AV-straatNieuwsgierig geworden besloot ik het boek in de bibliotheek te lenen. Tot mijn schrik bleek dat ik – net als de schrijfster – in zo’n hitte-eiland woon, ook stadklimatoop genaamd. Het gaat om het project Eden in de Rivierenbuurt-Noord, centrum Den Haag.

“Een stadklimatoop wordt gekenmerkt door gesloten bebouwing van meerdere verdiepingen in hoge en vrijstaande hoogbouw. Het aandeel vegetatie is gering en daardoor is er eveneens weinig verdampingskoeling. Overdag warmt het gebied sterk op en ‘s nachts koelt het weinig af. Daardoor ontstaat een duidelijk hitte-eiland-effect dat ‘s nachts het meest prominent is.”

Niet zo’n prettig idee en reden om na te gaan wat daar aan gedaan kan worden. Gelukkig is het niet hopeloos, want drie straten (waaronder die waar ik woon) zijn autovrij. De schrijfster noemt verschillende mogelijkheden

“Een van de meest effectieve daarvan is het planten van bomen. Bomen geven schaduw en verhinderen zo de opwarming van de stad. Ze verdampen water via de huidmondjes, wat de temperatuur extra tempert. Daarnaast zorgt een boom voor het filteren van fijnstof en andere luchtvervuiling. Een boom beïnvloedt het stadsklimaat dus heel positief.”

Maar er zijn meer ‘groene’ oplossingen, die door de groenvoorziening en/of bewoners kunnen worden verwezenlijkt. Misschien brengt het u op een idee.

  • Stadsparken en losse bomen op daken.
  • Palen en lichtmasten laten begroeien met klimop of andere klimplanten.
  • Gras tussen de tramrails in plaats van stenen.
  • Stadslandbouw op allerlei plekken in de stad (ook op daken en
  • balkons). Zoals HIER.
  • Begroeiing van gevels en erfafscheidingen.
  • Groene vijvers, “want samen vormen water en planten een bruikbare optie om de luchttemperatuur te controleren.”
  • Meer lage beplanting zoals gras, vaste planten, zomerbloemen, groente en mos in tuinen in plaats van stenen en grind.
  • Daken en terrassen laten begroeien met sedum, gras en kruiden. Op Meer groen? Zelf doen! vindt u daar meer over.

ggAl een aantal jaren leg ik – samen met buurtbewoners – guerrillatuintjes aan op allerlei plekken in de wijk. Een korte instructiefilm laat duidelijk zien hoe je dat doet.
Al snel was bekend dat overtollige planten en uitgebloeide bollen bij ons groepje zeer welkom waren. Die konden we altijd wel ergens kwijt. Op een dag kregen we een bericht dat we maar liefst veertig flinke buxusstruiken konden ophalen. Gedeeltelijk zonder kluit, dus ze moesten snel de grond in.

Een stuk of tien konden we zelf gebruiken, maar over de rest moesten we even nadenken. Hoe los je dat snel en goed op? Een bericht op Facebook en e-mails aan vrienden en bekenden brachten uitkomst. Binnen twee dagen waren we ze allemaal ‘kwijt’. We hadden een flink aantal mensen blij gemaakt en voorkomen dat de planten met een aanzienlijke (winkel)waarde onnodig weggegooid werden.

Gratis af te halen
En zo kan het ook met grotere struiken en bomen. De een zoekt iets, de ander zit er juist mee, vanwege verhuizing of herinrichting van de tuin.  Als het niet lukt in de eigen omgeving (weggeven/krijgen) is ook op Marktplaats van alles mogelijk. Door de juiste zoekwoorden in te tikken, zoals bijvoorbeeld HIER
Op de dag dat ik dit schrijf werden er, behalve stuiken als rododendron, laurier en buxus ook twee pruimenbomen, coniferen en een kastanjeboompje gratis aangeboden. Je moet er meestal wel iets voor doen zoals uitgraven en voor vervoer zorgen.

Gemeenten bieden soms ook gratis bomen aan. Cappelle aan den IJssel deelde in 2013 250 bomen uit en in Zwolle werden begin 2014 190 bomen ter beschikking gesteld vanwege het opheffen van de gemeentelijke kwekerij. Nog een flink aantal jaren loopt de actie van de gemeente Weert die 3.000 bomen beschikbaar stelt voor de periode 2012-27. Wel moeten deze bomen in de voortuin staan om zo eveneens het straatbeeld te verfraaien. Misschien is er in jouw gemeente of provincie ook zoiets mogelijk.

Zelf zaaien en/of opkweken
Bomen overleven
Op de site van Bomen Overleven vind je duidelijke instructies hoe je zelf in tuin of bloempot een boompje kunt zaaien. Vooral kinderen vinden dit leuk en… onbegrijpelijk: dat er uit zo’n piepklein zaadje uiteindelijk een enorme boom kan groeien.

Op ons eigen balkon staat een berk die al vijfentwintig jaar oud is; opgekweekt van een stekje dat we cadeau kregen. Een mini-eikje dat ik vond in een bak met blauwe campanula staat nu zelfstandig in een pot. Van een vriendin kwamen vier kleine sparretjes, door haar met succes gezaaid. U begrijpt het waarschijnlijk al: dit is het begin van een mini arboretum.

In de tijd dat ik nog een huis met tuin had, kon ik het ook niet laten boompjes te kweken. Meestal waren ze vanzelf ergens in de tuin opgekomen en door mij in potten gezet en later in grotere bakken. Die hebben allemaal na zoveel jaar hun weg gevonden naar andere tuinen. Een aantal is verhuisd naar het tweede huis van vrienden Luxemburg. Een ander stel ging naar een buurvrouw, die klaagde over een vrij grote kale plek in haar tuin.

In de straat waar ik nu woon (in de Haagse Rivierenbuurt) was ik bezig met boomspiegels veranderen van verzamelplaatsen van onkruid en troep in leuke mini tuintjes. Een meisje van een jaar of zeven, acht misschien, komt naast me staan en zegt: “Mag ik ook een zaadje planten?” Goed idee, antwoord ik en vraag of ze zelf een zaadje heeft, want zaadjes heb ik niet bij me. Ik gebruik voor mijn doel plantjes die al tegen een stootje kunnen. Ze kijkt me blij aan, en zegt: “Ik ben zo terug, even een zaadje aan mijn moeder vragen” en ze rent naar de voordeur van haar huis.

Een paar tellen later is ze al terug met in haar hand een witte boon. “Kijk eens, hier is mijn zaadje. Waar mag ik hem nu planten?” Samen zoeken we een leeg plekje en met een schepje graaft ze een kuiltje. Dan nog een stokje zoeken om erbij te zetten en water geven met de grote zware gieter. Ze vindt het duidelijk erg leuk en vraagt of ze nog meer zaadjes mag planten. Prima, zeg ik en opnieuw rent ze naar huis. Na een poosje komt ze langzaam lopend terug en ze kijkt nu minder vrolijk. Wat is er aan de hand vraag ik. ”Mijn moeder zegt dat er geen zaadjes meer zijn om te planten, ze staan al op het vuur.”

Boomspiegel-2


Hanneke van Veen