Hanneke van Veen

Archive for the ‘Opvoeden’ Category

Tante Klazien is al jaren dood, maar tijdens onze maaltijden is ze soms min of meer aanwezig. Dat gebeurt op het moment dat ik nog zit te eten en Rob al vast deksels op potjes draait, de kaasdoos dicht doet en overgebleven boterhammen op een stapeltje legt. Dan kan ik het niet laten om te zeggen dat hij tante Klazien weer eens nadoet, want zijn oude tante stond erom bekend heel ongeduldig te zijn. Ze kon niet wachten tot iedereen de laatste hap naar binnen gewerkt had. Nee, ze begon voortijding met afruimen. En dit gedrag wordt nu geregeld door neefje Robbie herhaald, onder het mom van: als tante Klazien het mag, dan mag ik het ook.

Tante Klazien is overigens niet de enige uit de familie Van Eeden die ongevraagd bij ons komt aanschuiven. Zijn moeder (ook al overleden) is vaak van de partij, vooral bij het natafelen. Als er nog wat overblijfselen in de schalen liggen, dan zoeken Robs wijsvinger en duim hun weg naar achtergebleven stukjes, met zo’n lekker korstje, of andere aantrekkelijke restjes. Dat vindt hij volkomen normaal, want dat heeft hij van huis uit meegekregen.

Zelf ben ik opgevoed met de regel NOOIT iets met je hand uit de schalen of pannen te halen als ze nog op tafel staan. Nu heb ik wel een keurige opvoeding van mijn moeder gehad, maar mijn vader was de grote spelbreker. Die kon slurpen, met zijn handen eten en ze daarna afvegen aan het tafelkleed. Het allerergste was dat hij stukjes vlees tijdens de maaltijd onder de tafel op de grond gooide, niet omdat hij het niet lustte, maar bestemde voor de poes, die al een tijdje zat te wachten. Mijn moeder riep dan vertwijfeld: “Houd daar nu eens mee op Lydius, de vloerbedekking zit vol vlekken door dat gedoe. Bah, je moet het goede voorbeeld geven!” “Een poes is ook maar een mens!” zei hij dan.

Mijn vader en moeder komen zelden tijdens de maaltijden op bezoek, maar wel als er vis wordt gegeten. Dat kregen we thuis nooit, omdat mijn moeder dat ronduit vies vond. Mijn vader hield juist van vis. Daar was een oplossing voor bedacht. Hij kon overdag, als mijn moeder als schooljuffrouw les gaf, in zijn eigen vispannetje paling of iets anders klaarmaken en daar rustig in z’n eentje van smullen.

Tot slot komt mijn broertje soms mee-eten. Als klein jongetje leerde hij net als z’n drie zusjes bidden. We gebruikten geregeld de sterk verkorte versie van het ‘onze vader’. Bij ons was het: Here, zegen deze spijze, amen.’ Mijn broertje Henkie, zei dan:  Here, spijker, hamer. Dat leverde wel wat onderdrukt gegiechel op, maar we lieten hem zijn gang gaan. Als ik ergens ben waar gebeden wordt voor het eten, dan doe ik niet actief mee. Ik houd mijn ogen open en denk aan iets anders. Dan komt heel vaak mijn broertjes tekst weer in de herinnering terug.

Advertenties

Rob en ik aten laatst een eitje bij de lunch en genoten ervan, want sinds we (bijna een jaar geleden) vegetariër werden is de keuze voor broodbeleg wat teruggelopen. Het gesprek gaat – vanwege die eitjes – over veganisme, geen melk drinken en over haantjes die nadat ze uit het ei zijn gekropen blijkbaar niet welkom zijn op deze wereld. Nee, ze worden gehakt, vergast of verdronken, lees ik later op internet. Ik krijg daar een vieze smaak van in mijn mond en schrik nog eens extra van het feit dat  wereldwijd per jaar wel 3,2 miljard haantjes zo om zeep worden gebracht. 

Stinkende kippenfarm
Dat doet me denken aan vrienden die jarenlang in de stank van een kippenfarm hebben gewoond. Toen ze hun huis daar in het noorden kochten was die farm nog vrij klein, maar inmiddels flink uitgebreid met enorme stankoverlast tot gevolg. Daardoor was het bijna onmogelijk om te verhuizen. Want wie wil er nu een huis kopen dat weliswaar prachtig verbouwd is en omringd door een enorme tuin, maar waar je – bij bepaalde windrichting – je neus moest dichtknijpen of gedwongen was het pand te verlaten. Uiteindelijk hebben ze toch kunnen verkopen, maar voor een relatief laag bedrag.

Leuke huisdieren
Zelf hadden we vroeger – toen de kinderen klein waren – een paar krielkippen en een haantje. Een leuk soort met verschillende kleuren. In de winter mochten ze in de tuin loslopen. In de zomer zaten ze in een mooi getimmerd kippenhok met ren. Ze legden eieren die goed verstopt waren onder de meest broedse kip. Wij vonden het leuk en spannend en de kinderen waren zeer geïnteresseerd. Na een poosje kwamen er vier kuikentjes te voorschijn die direct achter hun moeder aanliepen. Tot onze schrik keek ze niet meer om naar eitje nummer vijf. In een doos met lapjes en een warme kruik kwam ook dit kuikentje uit het ei. Heel bijzonder om dat allemaal zo van dichtbij te zien. Terwijl het ei nog dicht was hoorden we niet alleen getik maar ook al een zacht getok.

We waren er blij mee, tot het moment dat we ontdekten dat het alle vijf haantjes waren die het gekraai van vader haan probeerden na te doen. Eerst vrij zacht, maar na een tijdje steeds luidruchtiger. Ze veroorzaakten vroeg in morgen veel overlast voor de buren en ons. Wat te doen? We wisten het niet en vroegen of de slager/poelier ons misschien kon helpen. Hij wilde de haantjes wel slachten en plukken voor 10 gulden per stuk. Dat vonden we echt te duur.

Uiteindelijk besloot Rob het probleem zelf op te lossen. In het ons toenmalige lijfboek Leven van het land stond precies wat je  moest doen. We wachtten tot de kinderen bij hun andere ouders waren. Eigenhandig bracht Rob het vijftal om. Maar toen de kinderen thuis kwamen en hoorden waar de haantjes waren gebleven kregen we er van langs. “Jullie zijn moordenaars, gemeen, dierenbeulen”.
Na een paar dagen, toen de storm wat geluwd was, stond er een pan met gebraden haantjes op tafel. Daar hebben we nauwelijks van gegeten, zo taai als ze waren. De kinderen aten er sowieso niet van, maar ook voor mij was het hele gebeuren genoeg om die pan kokhalzend van me af te schuiven.

Niet meer …
Daarna  hebben we voorkomen dat er levende wezentjes uit de eitjes kwamen en aten we ze met veel genoegen.
Kippen en haan zijn bij een verhuizing cadeau gedaan aan een vriend die er nog jaren plezier van heeft gehad.

Kindje-TamsaryaDe stichting Tamsarya, die in Nepal o.a. scholen en weeshuizen opricht en beheert, is geen onbekende voor Rob en mij. Een paar jaren geleden hadden we het voorrecht daar een aantal dagen te mogen doorbrengen. Het was indrukwekkend om te zien hoe alles daar functioneerde en dat er met zo weinig middelen wonderen werden verricht.
We bivakkeerden in een  piepklein huisje waar het behoorlijk koud was en de bedden keihard, maar dat was daar normaal. Ook het eten was uiterst simpel voor westerse begrippen. Maar daar stond veel tegenover.

Het was een feest te zien hoe alles er toeging. We mochten ook een gedeelte van een les bijwonen in een van de scholen. En dan de maaltijden van de hongerige kinderen die in een lange rij buiten op hun beurt moesten wachten bij het opscheppen. Ze aten, eveneens buiten,  hun borden met hun handen leeg naast elkaar op de hurken zittend. Daarna spoelden ze de metalen borden en hun handen bij de pomp schoon, en borgen ze op in een groot bordenrek om te drogen.
Ook wasten de kinderen wekelijks hun eigen kleding (ze hadden slechts twee setjes) en ze verzorgden een groentetuin. Zelden heb ik kinderen zo enthousiast samen buiten zien spelen met helemaal niks. Het wekelijkse hoogtepunt;  een spelletje waarbij de leiding buiten toffee’s verstopte en zij ze moesten proberen te vinden.

Fruit-TamsaryaHet fruitbomenproject
Sinds 2002 zijn er in totaal door Tamsarya meer dan 20.000 jonge fruitbomen uitgedeeld aan arme families en scholen. Het gaat om achttien verschillende vitaminerijke soorten, zoals mango- en papaja-, nangka- en amalabomen. Wat niet voor eigen gebruik is kan op de markt verkocht worden, zodat er ook een extra bron van inkomsten is.  Sinds een aantal jaren zijn er ook gemeenschappelijke tuinen voor fruitbomen aangelegd op grond die door de overheid ter beschikking is gesteld, want niet iedereen kan naast zijn huis een boom planten.

In 2015 wil de stichting Tamsarya opnieuw duizenden fruitbomen (laten) planten. De boompjes zijn voor Nederlandse begrippen bijzonder goedkoop, maar voor de arme gezinnen toch te kostbaar om zelf te betalen. Meestal zorgen de vrouwen voor de bomen die – als ze groot zijn – niet alleen vitaminerijk fruit, maar ook schaduw leveren.

Help mee dit fruitbomenproject tot een nog groter succes te maken! Stort uw bijdrage van € 6,25 of € 12,50 (voor resp. 5 of 10 bomen) of een hoger bedrag op banknummer NL07 TRIO 0198357443 t.n.v. stichting Tamsarya, Amsterdam o.v.v. Fruitbomenproject 2015.

In de straat waar ik nu woon (in de Haagse Rivierenbuurt) was ik bezig met boomspiegels veranderen van verzamelplaatsen van onkruid en troep in leuke mini tuintjes. Een meisje van een jaar of zeven, acht misschien, komt naast me staan en zegt: “Mag ik ook een zaadje planten?” Goed idee, antwoord ik en vraag of ze zelf een zaadje heeft, want zaadjes heb ik niet bij me. Ik gebruik voor mijn doel plantjes die al tegen een stootje kunnen. Ze kijkt me blij aan, en zegt: “Ik ben zo terug, even een zaadje aan mijn moeder vragen” en ze rent naar de voordeur van haar huis.

Een paar tellen later is ze al terug met in haar hand een witte boon. “Kijk eens, hier is mijn zaadje. Waar mag ik hem nu planten?” Samen zoeken we een leeg plekje en met een schepje graaft ze een kuiltje. Dan nog een stokje zoeken om erbij te zetten en water geven met de grote zware gieter. Ze vindt het duidelijk erg leuk en vraagt of ze nog meer zaadjes mag planten. Prima, zeg ik en opnieuw rent ze naar huis. Na een poosje komt ze langzaam lopend terug en ze kijkt nu minder vrolijk. Wat is er aan de hand vraag ik. ”Mijn moeder zegt dat er geen zaadjes meer zijn om te planten, ze staan al op het vuur.”

Boomspiegel-2

neeMinister Gerda Verburg riep vorig jaar de supermarkten op geen verleidelijk snoep meer bij de kassa’s uit te stallen om overgewicht bij kinderen tegen te gaan. En minister Plasterk meldde deze week dat kinderen in de opvoeding beter moeten leren wat wel en niet mag. Ouders hebben blijkbaar moeite om hun jengelende kind nee te verkopen. Een zorgelijke ontwikkeling? Lees verder op de site van Tros Radar.


Hanneke van Veen

Advertenties