Hanneke van Veen

Archive for the ‘Over vroeger’ Category

Zaterdag 13 april 2019 verscheen een groot artikel over Rob, mij en de Vrekkenkrant in de NRC. Heel spannend natuurlijk. De tekst hadden we ruim van tevoren kunnen lezen en hier en daar aangepast, maar hoe het artikel, de kop(jes) en de foto’s eruit zouden zien wisten we niet. Na aanschaf bladerden we de krant snel door en zagen de lange tekst met een foto … die niet bepaald in de smaak viel. Sterker nog: ik vond hem ronduit lelijk. 

Lees de rest van dit artikel »

Tante Klazien is al jaren dood, maar tijdens onze maaltijden is ze soms min of meer aanwezig. Dat gebeurt op het moment dat ik nog zit te eten en Rob al vast deksels op potjes draait, de kaasdoos dicht doet en overgebleven boterhammen op een stapeltje legt. Dan kan ik het niet laten om te zeggen dat hij tante Klazien weer eens nadoet, want zijn oude tante stond erom bekend heel ongeduldig te zijn. Ze kon niet wachten tot iedereen de laatste hap naar binnen gewerkt had. Nee, ze begon voortijding met afruimen. En dit gedrag wordt nu geregeld door neefje Robbie herhaald, onder het mom van: als tante Klazien het mag, dan mag ik het ook.

Tante Klazien is overigens niet de enige uit de familie Van Eeden die ongevraagd bij ons komt aanschuiven. Zijn moeder (ook al overleden) is vaak van de partij, vooral bij het natafelen. Als er nog wat overblijfselen in de schalen liggen, dan zoeken Robs wijsvinger en duim hun weg naar achtergebleven stukjes, met zo’n lekker korstje, of andere aantrekkelijke restjes. Dat vindt hij volkomen normaal, want dat heeft hij van huis uit meegekregen.

Zelf ben ik opgevoed met de regel NOOIT iets met je hand uit de schalen of pannen te halen als ze nog op tafel staan. Nu heb ik wel een keurige opvoeding van mijn moeder gehad, maar mijn vader was de grote spelbreker. Die kon slurpen, met zijn handen eten en ze daarna afvegen aan het tafelkleed. Het allerergste was dat hij stukjes vlees tijdens de maaltijd onder de tafel op de grond gooide, niet omdat hij het niet lustte, maar bestemde voor de poes, die al een tijdje zat te wachten. Mijn moeder riep dan vertwijfeld: “Houd daar nu eens mee op Lydius, de vloerbedekking zit vol vlekken door dat gedoe. Bah, je moet het goede voorbeeld geven!” “Een poes is ook maar een mens!” zei hij dan.

Mijn vader en moeder komen zelden tijdens de maaltijden op bezoek, maar wel als er vis wordt gegeten. Dat kregen we thuis nooit, omdat mijn moeder dat ronduit vies vond. Mijn vader hield juist van vis. Daar was een oplossing voor bedacht. Hij kon overdag, als mijn moeder als schooljuffrouw les gaf, in zijn eigen vispannetje paling of iets anders klaarmaken en daar rustig in z’n eentje van smullen.

Tot slot komt mijn broertje soms mee-eten. Als klein jongetje leerde hij net als z’n drie zusjes bidden. We gebruikten geregeld de sterk verkorte versie van het ‘onze vader’. Bij ons was het: Here, zegen deze spijze, amen.’ Mijn broertje Henkie, zei dan:  Here, spijker, hamer. Dat leverde wel wat onderdrukt gegiechel op, maar we lieten hem zijn gang gaan. Als ik ergens ben waar gebeden wordt voor het eten, dan doe ik niet actief mee. Ik houd mijn ogen open en denk aan iets anders. Dan komt heel vaak mijn broertjes tekst weer in de herinnering terug.

Rob en ik aten laatst een eitje bij de lunch en genoten ervan, want sinds we (bijna een jaar geleden) vegetariër werden is de keuze voor broodbeleg wat teruggelopen. Het gesprek gaat – vanwege die eitjes – over veganisme, geen melk drinken en over haantjes die nadat ze uit het ei zijn gekropen blijkbaar niet welkom zijn op deze wereld. Nee, ze worden gehakt, vergast of verdronken, lees ik later op internet. Ik krijg daar een vieze smaak van in mijn mond en schrik nog eens extra van het feit dat  wereldwijd per jaar wel 3,2 miljard haantjes zo om zeep worden gebracht. 

Stinkende kippenfarm
Dat doet me denken aan vrienden die jarenlang in de stank van een kippenfarm hebben gewoond. Toen ze hun huis daar in het noorden kochten was die farm nog vrij klein, maar inmiddels flink uitgebreid met enorme stankoverlast tot gevolg. Daardoor was het bijna onmogelijk om te verhuizen. Want wie wil er nu een huis kopen dat weliswaar prachtig verbouwd is en omringd door een enorme tuin, maar waar je – bij bepaalde windrichting – je neus moest dichtknijpen of gedwongen was het pand te verlaten. Uiteindelijk hebben ze toch kunnen verkopen, maar voor een relatief laag bedrag.

Leuke huisdieren
Zelf hadden we vroeger – toen de kinderen klein waren – een paar krielkippen en een haantje. Een leuk soort met verschillende kleuren. In de winter mochten ze in de tuin loslopen. In de zomer zaten ze in een mooi getimmerd kippenhok met ren. Ze legden eieren die goed verstopt waren onder de meest broedse kip. Wij vonden het leuk en spannend en de kinderen waren zeer geïnteresseerd. Na een poosje kwamen er vier kuikentjes te voorschijn die direct achter hun moeder aanliepen. Tot onze schrik keek ze niet meer om naar eitje nummer vijf. In een doos met lapjes en een warme kruik kwam ook dit kuikentje uit het ei. Heel bijzonder om dat allemaal zo van dichtbij te zien. Terwijl het ei nog dicht was hoorden we niet alleen getik maar ook al een zacht getok.

We waren er blij mee, tot het moment dat we ontdekten dat het alle vijf haantjes waren die het gekraai van vader haan probeerden na te doen. Eerst vrij zacht, maar na een tijdje steeds luidruchtiger. Ze veroorzaakten vroeg in morgen veel overlast voor de buren en ons. Wat te doen? We wisten het niet en vroegen of de slager/poelier ons misschien kon helpen. Hij wilde de haantjes wel slachten en plukken voor 10 gulden per stuk. Dat vonden we echt te duur.

Uiteindelijk besloot Rob het probleem zelf op te lossen. In het ons toenmalige lijfboek Leven van het land stond precies wat je  moest doen. We wachtten tot de kinderen bij hun andere ouders waren. Eigenhandig bracht Rob het vijftal om. Maar toen de kinderen thuis kwamen en hoorden waar de haantjes waren gebleven kregen we er van langs. “Jullie zijn moordenaars, gemeen, dierenbeulen”.
Na een paar dagen, toen de storm wat geluwd was, stond er een pan met gebraden haantjes op tafel. Daar hebben we nauwelijks van gegeten, zo taai als ze waren. De kinderen aten er sowieso niet van, maar ook voor mij was het hele gebeuren genoeg om die pan kokhalzend van me af te schuiven.

Niet meer …
Daarna  hebben we voorkomen dat er levende wezentjes uit de eitjes kwamen en aten we ze met veel genoegen.
Kippen en haan zijn bij een verhuizing cadeau gedaan aan een vriend die er nog jaren plezier van heeft gehad.

Binnenkort gaan we op vakantie, nou ja, eigenlijk is het meer ruim een weekje weg. Omdat we niet meer willen vliegen naar Marseille waar Rob zijn zus woont, besloten we met de auto naar Normandië te gaan waar ze een tweede huis heeft. We hebben er echt zin in, alhoewel …

Zojuist vond ik een oude blocnote met daarin aantekeningen over bijzondere gebeurtenissen tijdens vakanties en die waren niet bepaald leuk. Eén daarvan gaat over een vakantie in Zuid-Frankrijk met mijn ex en de kinderen. We kampeerden in twee kleine tentjes op een camping met een mooi uitzicht op bos en vrij hoge bergen. Op een nacht begon het flink te onweren. De kinderen werden ervan wakker en waren erg bang. Het geluid zo vlakbij in de bergen was voor ons ook alarmerend, dus we besloten ze bij ons in de tent te nemen.

Het bulderende lawaai nam daarna alleen maar toe, het was een echte wolkbreuk; de vraag was of de haringen in de grond zouden blijven zitten. Zo lagen we op een rijtje dwars in de tent en begonnen samen te tellen: eenentwintig, tweeëntwintig etc. Hoe lang duurde het tussen de lichtflitsen en de knallen? Steeds korter, het onweer kwam dichterbij!

Ook ik werd echt bang en vroeg mijn partner: Wat moeten we in hemelsnaam doen, dit is toch niet meer normaal? Moeten we niet vluchten? Mijn man, die vrij rustig was gebleven onder al het geweld antwoordde laconiek: “Ach, het ergste wat er kan gebeuren is dat we allemaal dood gaan.” Ik was perplex en wist niet wat ik hoorde, werd ontzettend kwaad en zei:. Doe niet zo stom, het allerergste dat kan gebeuren is dat we allemaal half dood gaan. Die nacht kwam het niet meer goed tussen ons. Na een tijdje werd het rustiger en vielen we allemaal in slaap.

Toen we de volgende ochtend naar buiten keken, bleek dat alle andere campinggasten waren vertrokken. Een oud mannetje dat kwam kijken hoe groot de ravage was liep langs onze tent en bevestigde dat iedereen ’s nachts weggevlucht was. Hoofdschuddend en in zichzelf mompelend keek hij ons aan, draaide zich om en liep verder.

In 1989 mocht ik een column schrijven voor het blad Nieuwe Bèta; de titel was ‘Doodgewoon doodgaan’. Het ging onder andere over milieubewust begraven. In die tijd werden er voor het eerst aanbevelingen gedaan om bij begrafenissen en crematies zoveel mogelijk kunststoffen te vermijden, omdat ze in de grond en lucht schadelijke stoffen achterlaten.

Een citaat: “Ik heb het altijd al een absurd idee gevonden dat dure materialen worden verspild. Waarom luxe kisten maken, ze bewerken, lakken, voorzien van beslag en voeren met stoffen als ze de grond in gaan of worden verbrand? Waarom geen eenvoudige composteerbare kist of een stevige doos met wat compost-starter toegevoegd?”

Nog steeds ben ik voorstander van een eenvoudige milieuvriendelijke begrafenis. Me laten kisten hoeft niet, want er zijn nu grote kartonnen dozen te koop waarin je begraven kan worden.
.

Laat je niet kisten door de commercie

Het onderwerp boeide me toen en nu nog steeds. Daarom ben ik bijzonder verheugd dat Marieke Henselmans een boek aan het schrijven is dat uitvoerig informeert over dit onderwerp en waarin ze kritisch ingaat op de rol van de bekende grote verzekeraars en uitvaartondernemingen. Het boek heet Laat je niet kisten door de commercie, een mooie uitvaart voor elk budget.
.

Crowdfunding

Een boek uitgeven is tegenwoordig een hele onderneming. Daarom is Marieke een crowdfunding-actie gestart, waarbij je voor het gedoneerde bedrag het (gesigneerde) boek kunt ontvangen.

Help Marieke om het financieel voor elkaar te krijgen dat dit boek er komt. Meer informatie is HIER te vinden.

Kort geleden zag ik een bericht op het Nederlandse nieuws dat houtkachels en open haarden bijna net zoveel fijnstof uitstoten als het gehele wegverkeer in ons land. Dat is een alarmerende boodschap, want soms is de uitstoot wel 10 keer hoger dan wat de Gezondheidsorganisatie WHO adviseert.

Op dit moment verblijven we in een gehuurd huis in Spanje (aan de Costa Blanca). Er is een gaskachel en die hebben we geregeld aan, omdat er nu van lekker warm overwinteren in dit gebied nauwelijks sprake is. We hebben pech, want het is koud, regenachtig en de zon schijnt maar sporadisch.
hout-stoken-longfondsDe eigenaren van het huis gaven ons toestemming en het advies om ook de open haard te gebruiken, maar daar zien we zonder al te veel moeite van af. We weten al jaren dat hout stoken nadelig is voor het milieu en de gezondheid van de mens.
Ik kan me voorstellen dat het ooit verboden wordt of dat er strengere regels gaan gelden. Een organisatie die al langere tijd bezig is dit ter discussie te stellen is Houtstook. Lees de rest van dit artikel »

Na de publicatie van het tweede nummer van de Vrekkenkrant, in juni 1992, kregen Rob en ik te maken met een stortvloed aan belangstelling van media en pers. Hier in ons persoonlijke archief staat ruim een meter met knipsels uit binnen- en buitenland. Ook hadden we al jaren een grote koffer met video-opnamen van de interviews in talkshows voor lokale en nationale media in binnen- en buitenland en nog wat andere films. Rob is die nu aan het digitaliseren. Inmiddels staan er drie video’s op Youtube-kanaal Vrekkenkrant Archief. En daar zal het niet bij blijven.

Vrekkenkrant-Archief


Hanneke van Veen