Hanneke van Veen

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

De behoefte om zelf iets eetbaars te kweken is momenteel groot. Men heeft het zelfs al over een ecotrend. In supermarkten, grootwinkelbedrijven en tuincentra worden zaden en kleine plantjes om verder op te kweken aangeboden. Ook op internet vind je uitleg en enthousiaste verslagen over deze ‘rage.’ Het is ook erg leuk om zelf iets te zaaien, te zien opgroeien en het later te verorberen. Dat is voor kinderen leuk, voor volwassenen en zelfs voor oude mensen die niet meer kunnen bukken.

Door eetbaar groen te verbouwen onderscheidt je je van al die andere tuinfanaten die alleen maar bloemen, heesters, sedum e.d. in hun tuinen en bakken hebben staan. Zij hebben wellicht ook wel iets eetbaars in hun tuin, maar weten dat niet eens, en als ze het wel weten zijn ze meestal niet over te halen om hun salades met de bloemen van de Oost-Indische kers op te fleuren of het blad van daslook te gebruiken voor een pittig uiachtig smaakje.

Niets nieuws
Het is allemaal al eerder gebeurd. In 1977 kocht ik het boekje van David Wickers met de titel: De stadsboer, ondertitel: Groente, fruit en kruiden kweken in de stad. Op de voorkaft zie een afbeelding van een kamer waar in de vensterbanken geen geraniums en sansevieria’s staan maar tomaten, peterselie, en snijsla. Het was de tijd dat ik op De Kleine Aarde in Boxtel werkte en aangestoken was met het virus alles zelf te willen doen en het milieu te sparen. Recycling hoorde daar ook bij. Een oude stenen pispot gebruiken als plantenbak vond ik leuk, maar het voorbeeld hoe je een bloempot op kon hangen in een soort net van macramé en kralen ging me toch duidelijk te ver.

Vierkantemetertuin
In de tussenliggende jaren had ik diverse volkstuinen, waar we  goed van hebben kunnen eten. De verhuizing naar een woonhuis met een flinke siertuin was de reden om daar mee te stoppen, omdat het te zwaar werd. Toch ging het dit jaar weer kriebelen en ik kwam op het idee gewoon in mijn schuurtje met lichtdoorlatend golfdakje wat bakken te vullen met aarde en wat te zaaien. De inspiratie kwam dit keer van een aantal websites over ‘square foot gardening’. Een vondst van een Amerikaan die op een klein oppervlak een zogenaamde kitchengarden bedacht met allerlei voordelen. Je kunt er altijd omheen lopen, water geven doe je niet bovenop de planten, maar bij de wortels, wat water spaart, en het ziet er ook heel leuk uit. Ook kun je zo’n tuintje bovenop tegels maken en ze op die manier wegwerken. Hier noemen we zo’n tuintje ook: viekantemeter tuin.

Geen tuin hebben hoeft je niet te beletten iets te ondernemen op tuingebied. Een huis met een serre of een kamertje met brede vensterbanken biedt mogelijkheden genoeg. Begin met keukenkruiden en zo iets gemakkelijks als  tuinkers, rucola en pluksla. Verzamel de zaden van de rode peper, paprika, tomaat, etc. Die hoef je dus niet te kopen. Rode peper bloeit eerst wit, daarna komen er groene pepertjes, dan worden ze oranje en uiteindelijk rood. Ook heel leuk om weg te geven of te ruilen met anderen. En dan is er ook nog het balcon, waar je, afhankelijk van de grootte, flink tekeer kunt gaan met hangende bakken, klimplanten tegen de muren, (zoals rood bloeiende pronkbonen) en bakken op de grond. En stop eens spruitende aardappels die je vergeten hebt in een grote bak met aarde. Voeg steeds wat aarde toe rond de stelen van de planten, dan creëer je meer plek voor de nieuwe aardappeltjes.

En voor mensen die in hun eentje tuinieren niet leuk vinden is er wellicht binnenkort een nieuw tv programma: Stadsboer(in) zoekt partner.

Meer info: http://www.makkelijkemoestuin.com/

Advertenties

Na weken hard werken, is het dan eindelijk zo ver. Lees meer op verhuisjegeld.nl

In onze Vrekkentijd bewerkten we het Amerikaanse boek ‘Your Money or your life’ voor Nederland. Het werd het boek: Je Geld of je Leven. Met een van de schrijvers van het boek, Vicky Robin hielden we na een geslaagde ontmoeting met haar in Den Haag contact via internet. Zij maakte ons attent op een bijzondere reis naar Brazilië, die ze mede organiseerde met een alternatief Braziliaans reisbureau.

We besloten er aan deel te nemen en bezochten twee weken lang favella’s (sloppenwijken) en ecovillages en kwamen in contact met allerlei bijzondere mensen en initiatieven. Na die twee weken hadden we nog een week voor onszelf gepland die we doorbrachten op het eiland Ilhabella. Daar konden we een kamer huren bij een jong stel dat in een bijzonder, deels zelf gebouwd huis woont aan de rand van een oorspronkelijk stuk Atlantisch regenwoud. Die plek  had voor en nadelen. We zagen ’s nachts de lichtgevende vuurvliegen langs ons raam dansen en hoorden de meest bizarre vogel en insectengeluiden. Dat was prachtig, maar muggen daar waarschuwden ons niet met het gebruikelijke gezoem. Nergens op voorbereid werden we werkelijk lek geprikt en zelfs nu nog heb ik er last van. De gastvrouw vertelde dat zij zelf nauwelijks hinder ondervindt van muggen en knutten, die ook ontzettend gemeen kunnen steken en daarom buskruitmug worden genoemd. Die stiekemerds zijn vooral gek op verse slachtoffers. Erg jammer dat ze dat niet eerder verteld had… maar ze maakte het goed met een klamboe en met heerlijke ontbijtjes met verse vruchten en bloemen op de tafel.

Ons gesprek met haar ging niet alleen over insectenbeten en hoe die verder te voorkomen, het ging ook over het wonen op een dergelijke plek, zo in het groen. “Ik zou echt nergens anders kunnen aarden,” zei ze. “Het is hier fantastisch en we genieten volop van de natuur en de stranden vlakbij. We zwemmen veel en surfen en maken met vrienden geregeld hikes door het woud. We zijn echt bevoorrecht. Dat realiseerde ik me weer eens toen we over Europa vlogen tijdens een van onze vakanties. We keken telkens uit het vliegtuig naar beneden en zagen dat alles daar kaal was. Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië en ga zo maar door, echt verschrikkelijk. Nergens meer bossen. We dachten, hoe kunnen die mensen daar leven.”

Rob en ik keken elkaar aan. Het is toch wel vreemd zoiets te horen. Wij maken ons druk over het Brazliaanse regenwoud dat met een enorme snelheid verdwijnt en zijn bereid projecten te steunen die actie voeren voor het behoud en  vergeten ondertussen dat Europa eeuwen geleden al helemaal ontdaan is van de oorspronkelijke bossen en andere begroeiing. Ook in Nederland is het laatste stukje oerbos in de omgeving van Beekbergen in 1862 verkocht voor 113.000 gulden aan een fabrikant die van het hout sigarenkistjes liet maken. En nu het te laat is hebben we spijt als haren op ons hoofd.

De kap van regenwoud moet uiteraard met alle kracht tegengegaan worden en initiatieven voor herbebossing zijn ook belangrijk. Van Brazilië kan men leren dat  regenwoud kappen betrekkelijk snel en gemakkelijk toegaat, maar dat nieuw regenwoud creëren tijdrovend, kostbaar en ingewikkeld is. Per hectare moeten minstens 1700 bomen worden geplant, bestaand uit 80 verschillende soorten, die daar normaal gesproken ook groeien of groeiden. Een enorm karwei, waarvan men nog niet zeker weet hoe de resultaten zullen zijn.

De bel ging en een man met baardstoppels en een ringetje in zijn oor stond voor de deur. “Dag mevrouw, gelukkig dat u thuis bent. Ik kom u waarschuwen. Ziet u, ik moest hiernaast een klussie doen op het dak en toen zag ik toevallig dat er bij u iets helemaal niet in orde is.” Wat een rare vent dacht ik, en wat vervelend dat ik dit nu net tref. Wat bedoelt u, wat is er niet in orde, vroeg ik. “Kom maar mee naar de overkant van de straat, dan ziet u dat er een steen uit uw schoorsteen is gevallen. Heel gevaarlijk.” De man troonde me mee en wees verontwaardigd naar boven. “Het metselwerk heb losgelate. Moet opnieuw gevoegd worde.” Ik staarde naar de schoorsteen en zag een vage donkere plek op de schoorsteen. Omdat ik niet direct reageerde, riep hij nu met nog meer misbaar. “Ziet u dat dan niet, ik staat niet te liege hoor. Dat komt omdat het al jaren inregent. U heb namelijk geen regekappies. En nog iets, er lage ook drie losse panne op uw dak.” Hij keek nu nog zorgelijker.

Bij het woord regenkapjes ging er bij mij een belletje rinkelen. Het werd tijd versterking te zoeken en Rob er bij te roepen, die vaker op het dak komt. Blijkbaar was er sprake van telepathie, want hij kwam net naar buiten en had alles gehoord. “Niks regenkappies, die truc kennen we. Maak maar snel dat je wegkomt. Ons huis is dit jaar nog door de gemeente gecontroleerd op gebreken. Alles is nagekeken. Die oplichters praktijken kennen we.”  Rob stond zich duidelijk op te winden. De man werd nu ook kwaad. “Zeker een ambtenaar hè, die denke dat ze overal verstand van hebbe. Maar mooi niet. Dan mot je het zelf maar wete.” en de man verdween al foeterend de hoek om.

Voor de zekerheid keken we nog even op het dak. Alles was in orde, en geen losse dakpan te zien. We hadden zoiets al eerder meegemaakt met een ander huis. Waren nog jong en onervaren. De ‘dringend noodzakelijke’ regenkapjes kostten ons destijds een flink bedrag en bleken bij nadere inspectie niet eens geplaatst te zijn.


Hanneke van Veen