Hanneke van Veen

Als mijn echtgenoot niet kan slapen luistert hij soms (met een oortje) naar de radio, voornamelijk BBC World Service. Geregeld doet hij dan de volgende ochtend verslag van een of ander interessant onderwerp. De laatste tijd vooral over Trump, verantwoordelijke voor ernstige en discutabele toestanden in de USA.

Maar dit keer ging het over Engeland waar maar liefst 66% van de bevolking lijdt aan overgewicht en de helft daarvan aan obesitas*.  Rob luisterde naar The Food Chain waarin een interview met Jacqueline Bowman-Busato van de European Association for the Study of Obesity.
Ze vertelt hoe eigen ervaring met obesitas haar ertoe heeft gebracht te lobbyen voor een radicale verandering van de manier waarop ermee wordt omgegaan. Juist nu, na maanden ervaring met Corona, is duidelijk dat obesitas een ernstige ziekte is, een verwaarloosd en verkeerd begrepen volksgezondheidsprobleem.

Corona door obesitas nog dodelijker
Uit wereldwijd onderzoek blijkt inmiddels dat mensen die lijden aan obesitas veel ernstiger gevolgen ondervinden van het Corona-virus dan anderen van dezelfde leeftijd. De kans op IC-opname is tweemaal zo groot en de sterftekans 50% hoger. Dat komt o.a. doordat mensen met obesitas vaak een slechtere longfunctie hebben en verminderde weerstand tegen infecties.

Jacqueline Bowman-Busato strijdt al jaren voor een andere kijk op overgewicht en obesitas. Vaak worden die alleen als een levensstijl-probleem gezien: als je dikker bent, is dat gewoon je eigen keuze en als je er wat aan wilt doen is de oplossing eenvoudig: meer bewegen plus minder en gezonder eten. Maar zo eenvoudig is het niet. Obesitas heeft te maken met onderliggende lichamelijke factoren die niet zo eenvoudig te beïnvloeden zijn. Daarbij komt dat onze dagelijkse leefomgeving, winkels, reclame en marketing ons steeds meer lijken te verleiden tot het eten van ongezond ultra-bewerkt voedsel met teveel vet, zout en suiker.
Van roken weten we inmiddels dat het een zware verslaving is met ernstige gevolgen, waaronder longkanker en vroegtijdige dood. Door voorlichting, hoge belasting op tabak, wetgeving en de rol die gezondheidsorganisaties speelden (en spelen) is het percentage rokers in westerse landen enorm teruggebracht tot minder dan een kwart van de bevolking.

De switch van Boris
Overgewicht en obesitas krijgen nog steeds te weinig aandacht in het medische circuit en overheidsbeleid. Nu lijkt dat – door de Corona-crisis – eindelijk te gaan veranderen.
Goed voorbeeld daarvan is wat in Engeland gebeurde met Boris Johnson. Toen daar een eerste suikertaks werd ingevoerd, werd hij daarvan groot tegenstander en noemde het de Nanny-tax: de overheid is geen kindermeisje van de bevolking. Of je nu dit of dat eet is je eigen keuze en of je lichter of zwaarder bent kan je zelf met een beetje wilskracht beïnvloeden, daar is geen betuttelende overheid voor nodig.

Maar zo eenvoudig bleek dat niet. Boris kreeg Corona, ging naar het ziekenhuis, kwam op de IC terecht en er werd gevreesd voor zijn leven. Wat er precies in het ziekenhuis is gebeurd weten we niet. Wel vertelt hij nu in op sociale media verspreide videoboodschappen eerlijk dat hij veel te dik (BMI boven de 30) was en daar extra veel last van kreeg op de Intensive Care. Na ‘zijn’ Corona is hij heel anders over obesitas gaan denken. Hij pleit nu voor nationale programma’s om gewichtverlies te bevorderen, niet alleen voor individuele bewoners van Engeland, maar ook om de National Health Service te ontlasten. En – last but not least – ter bevordering van de economie, omdat de schade door obesitas enorm is door lagere arbeidsproductiviteit en ziekteverzuim.

Europa ook door de bocht
Obesitas is een ernstige (niet besmettelijke) ziekte, die meer onderzoek vereist en uitgebreide behandeling, niet alleen op korte, maar vooral op lange termijn. Daarbij moet duidelijk worden dat we onszelf (en helemaal onze kinderen) minder moeten laten blootstellen aan alles wat de industrie ons voorschotelt. Met alcohol en tabak zijn we al een stuk verder, nu nog overgewicht en obesitas.

Er is in Europese landen eindelijk wat meer aandacht voor overgewicht en obesitas, nu duidelijk is dat het een verergerende invloed heeft op Corona. De Europese Commissie heeft recent over e.e.a. uitgebreide stukken gepresenteerd. Merkel en Macron hebben – dit keer eensgezind met Johnson – aangekondigd obesitas veel prominenter op de agenda te zetten, juist door de dodelijke effecten ervan bij Corona.

Hanneke van Veen & Rob van Eeden

  • Van overgewicht is sprake bij een BMI (Body Mass Index) tussen de 25 en 30, boven de 30 heb je obesitas. Goede informatie hierover is te vinden op de site van het Voedingscentrum. Let op: voor mensen boven de 70 gelden iets andere waarden.

Op vrijdag 20 december 2019 werd Urgenda door de Hoge Raad definitief in het gelijk gesteld in de zaak tegen de Nederlandse Staat. Onze regering moet de uitstoot van CO2 eind 2020 met minimaal 25% (ten opzichte van 1990) hebben teruggebracht. Hoera!!!
Maar het betekent niet dat dit nu zomaar allemaal voor elkaar komt. Urgenda kwam in 2019, samen met meer dan 500 maatschappelijke organisaties, met het 40-puntenplan. Dit is een handreiking vanuit de samenleving aan het kabinet om die 25% reductie van CO2 inderdaad in 2020 te halen. Inmiddels staan er zelfs nog meer mogelijkheden op de website van Urgenda.

Grootouders voor het Klimaat, ook gesteund door Urgenda, roept ons op mee te werken aan één van hun recente projecten. Boer Mark Venner wil in Baexem (Limburg) de gangbare melkveehouderij van zijn familie gaan omvormen. Het gaat daarbij om een groot voedselbos, uiteindelijk 15 ha, waar je als particulier of bedrijf vierkante meters grond kunt ‘adopteren’. Door het doneren van € 15 maak je de beplanting van 10 m2 mogelijk.
Via crowdfunding is de afgelopen weken al ruim 20% binnengekomen van het totaal benodigde bedrag van € 75.000 voor de eerste 5 ha.
Het gaat om het ‘Leuker Voedselbos’. Langs de boerderij loopt de Leubeek, en de gebouwen liggen aan de Leukerweg, vandaar de naam.

Het wordt een bos dat in de toekomst veel voedsel zal opleveren. Zelf heb ik
enthousiast een eerste donatie overgemaakt voor een flink deel van de haag, die in februari zal worden aangeplant. Daarna wordt een beplantingsplan gemaakt voor de eerste 5 ha, waarvan de aanplant in het najaar van 2020 zal beginnen. Wie doet er mee? Meer informatie op:
https://grootoudersvoorhetklimaat.nl/product/sponsor-het-leuker-voedselbos.

Helaas is onderstaand project niet doorgegaan. O.a. door de Corona-crisis bleek het niet mogelijk het streefbedrag bij elkaar te brengen.

Bij toeval ontdekten Rob en ik op TV-West een prachtig filmpje over Swetterhage in Zoeterwoude, woonplek voor 320 mensen met een verstandelijke/lichamelijke beperking. Het filmpje raakte ons zo dat we besloten er een kijkje te nemen. Na een  wandeling langs een flink aantal gebouwen werden we vriendelijk ontvangen door de medewerkster die zich speciaal met dit project bezighoudt. In een grote lichte ruimte waar koffie en thee werden geserveerd zagen we bewoners druk bezig met lichte werkzaamheden, anderen tekenden of puzzelden. Na uitleg over de manier van werken in Swetterhage gingen we naar een ruimte waar een maquette  te zien was. Want daar was het om te doen: een dagbestedingsgebouw, ontworpen door de beroemde Oostenrijkse kunstenaar Friedensreich Hundertwasser.

Ter vervanging van een sterk verouderd gebouw is men van plan om een dagbestedingscentrum te bouwen dat er heel bijzonder uitziet, naar een origineel ontwerp van Hundertwasser, uitgewerkt door een Nederlandse architect.  Hundertwasser stelde nogal aparte eisen aan zijn ontwerpen die op diverse plekken in Europa te bewonderen zijn. Geen stijve stapels verdiepingen en saaie kleuren, maar vrolijke,  wonderlijk gevormde gevels en ruimten. De maquette laat dat zien: een sprookjesachtig gebouw met veel groen aan de buitenkant en op het dak: bomen, struiken en planten ter compensatie voor de kaalslag die nodig is voor de bouw.

Een project als dit is een prachtige aanwinst voor de bewoners, zoals in de film duidelijk te zien is. Maar ook bezoekers en personeel kunnen er in de toekomst ruimschoots van genieten.
Zoiets kost natuurlijk meer dan het bouwbudget (van acht miljoen euro) toelaat. Om er dit fraaie gebouw van te maken is twee miljoen extra nodig. Men is al een tijd druk bezig met allerlei acties en sponsoring om dat bedrag bij elkaar te brengen. Meer dan de helft is er al, maar er is nog ongeveer acht ton nodig om te kunnen starten met bouwen, hopelijk in 2020.

Wij besloten om lid te worden van de Club van 1.000 met inmiddels al meer dan 100 leden. Door duizend euro te sponsoren (aftrekbaar) help je dit project realiseren en profiteer je mee van allerlei voordelen van het lidmaatschap.
Maak het verschil en bouw mee!
Uitgebreide informatie (en een nieuwsbrief) is te vinden op: hartvoorhundertwasser.nl en op de Facebookpagina.
Voor meer informatie over sponsoring kan ook contact worden opgenomen met Sandra Larsen: sandra.larsen@gemiva-svg.nl of 06 15 53 02 66

Zaterdag 13 april 2019 verscheen een groot artikel over Rob, mij en de Vrekkenkrant in de NRC. Heel spannend natuurlijk. De tekst hadden we ruim van tevoren kunnen lezen en hier en daar aangepast, maar hoe het artikel, de kop(jes) en de foto’s eruit zouden zien wisten we niet. Na aanschaf bladerden we de krant snel door en zagen de lange tekst met een foto … die niet bepaald in de smaak viel. Sterker nog: ik vond hem ronduit lelijk. 

Lees de rest van dit artikel »

Geachte mw. Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Tot mijn grote schrik las ik onlangs in de NRC dat uw voorganger Henk Bleker zo’n zeven jaar geleden bosbeheerders in Nederland toestemming heeft gegeven bospercelen geheel kaal te kappen, de bosbodem te bewerken en nieuw bos te laten ontkiemen. De hr Bleker meende, in zijn functie van staatssecretaris van Economische zaken, Landbouw en Innovatie, dat daar veel geld mee verdiend kon worden.

Roofbouw
De schrijvers van dit artikel (Rudy Rabbinge & Jaap Kuper) noemen deze opvatting een verouderde gedragscode waarmee het bos wordt vernield. Bomen, takken, tophout en jonge boompjes worden afgevoerd (om af leveren aan biomassacentrales?) . Het bos is in hun opvatting vogelvrij.

Dreun
Toen ik dit artikel las leek het wel of ik een klap in mijn gezicht kreeg. M’n hele volwassen leven heb ik mijn best gedaan om de aanplant van bos te ondersteunen en nu lees ik deze berichten. Schandelijk, triest en dom zijn de woorden die in me opkwamen.

Doneren voor bos
Op ons huwelijksfeest, dertig jaar geleden hebben we een inzameling gehouden onder familie en vrienden om samen met het Zuid-Hollands Landschap een bos aan te planten dat nu bekend staat als het Nessebos. Op verjaardagen vroeg ik om geld voor bomen, ik organiseerde rommelmarkten voor bomen, waarvan de opbrengsten gingen naar Trees for All, Parkbos De Haar, Bomen voor Koeien enz.

Kater
Maar nu ik gelezen heb welke verkeerde kant het opgaat met de bossen en er – zoals in bovengenoemd artikel – gesproken wordt over grootschalige bosvernietiging, roofbouw en nonchalant rondspringen met bos, begin ik sterk te twijfelen of het nog enige zin heeft om geld te  doneren voor de aanplant van bomen.

Klimaatopwarming
Overal kunnen we lezen dat er van alles moet gebeuren om de klimaatopwarming tegen te gaan, om C02 terug te dringen en dat we daarbij bomen nodig hebben. En wat doen we en wat laten we gebeuren in Nederland? We kappen bomen om daarmee geld te verdienen.

Hoe lang duurt het om dit weer enigszins recht te zetten? 
Ik hoop van harte dat u, mevrouw Schouten zich voor 100% gaat inzetten om deze volkomen verkeerde gedragscode zo snel mogelijk af te schaffen.

Tante Klazien is al jaren dood, maar tijdens onze maaltijden is ze soms min of meer aanwezig. Dat gebeurt op het moment dat ik nog zit te eten en Rob al vast deksels op potjes draait, de kaasdoos dicht doet en overgebleven boterhammen op een stapeltje legt. Dan kan ik het niet laten om te zeggen dat hij tante Klazien weer eens nadoet, want zijn oude tante stond erom bekend heel ongeduldig te zijn. Ze kon niet wachten tot iedereen de laatste hap naar binnen gewerkt had. Nee, ze begon voortijding met afruimen. En dit gedrag wordt nu geregeld door neefje Robbie herhaald, onder het mom van: als tante Klazien het mag, dan mag ik het ook.

Tante Klazien is overigens niet de enige uit de familie Van Eeden die ongevraagd bij ons komt aanschuiven. Zijn moeder (ook al overleden) is vaak van de partij, vooral bij het natafelen. Als er nog wat overblijfselen in de schalen liggen, dan zoeken Robs wijsvinger en duim hun weg naar achtergebleven stukjes, met zo’n lekker korstje, of andere aantrekkelijke restjes. Dat vindt hij volkomen normaal, want dat heeft hij van huis uit meegekregen.

Zelf ben ik opgevoed met de regel NOOIT iets met je hand uit de schalen of pannen te halen als ze nog op tafel staan. Nu heb ik wel een keurige opvoeding van mijn moeder gehad, maar mijn vader was de grote spelbreker. Die kon slurpen, met zijn handen eten en ze daarna afvegen aan het tafelkleed. Het allerergste was dat hij stukjes vlees tijdens de maaltijd onder de tafel op de grond gooide, niet omdat hij het niet lustte, maar bestemde voor de poes, die al een tijdje zat te wachten. Mijn moeder riep dan vertwijfeld: “Houd daar nu eens mee op Lydius, de vloerbedekking zit vol vlekken door dat gedoe. Bah, je moet het goede voorbeeld geven!” “Een poes is ook maar een mens!” zei hij dan.

Mijn vader en moeder komen zelden tijdens de maaltijden op bezoek, maar wel als er vis wordt gegeten. Dat kregen we thuis nooit, omdat mijn moeder dat ronduit vies vond. Mijn vader hield juist van vis. Daar was een oplossing voor bedacht. Hij kon overdag, als mijn moeder als schooljuffrouw les gaf, in zijn eigen vispannetje paling of iets anders klaarmaken en daar rustig in z’n eentje van smullen.

Tot slot komt mijn broertje soms mee-eten. Als klein jongetje leerde hij net als z’n drie zusjes bidden. We gebruikten geregeld de sterk verkorte versie van het ‘onze vader’. Bij ons was het: Here, zegen deze spijze, amen.’ Mijn broertje Henkie, zei dan:  Here, spijker, hamer. Dat leverde wel wat onderdrukt gegiechel op, maar we lieten hem zijn gang gaan. Als ik ergens ben waar gebeden wordt voor het eten, dan doe ik niet actief mee. Ik houd mijn ogen open en denk aan iets anders. Dan komt heel vaak mijn broertjes tekst weer in de herinnering terug.

Rob en ik aten laatst een eitje bij de lunch en genoten ervan, want sinds we (bijna een jaar geleden) vegetariër werden is de keuze voor broodbeleg wat teruggelopen. Het gesprek gaat – vanwege die eitjes – over veganisme, geen melk drinken en over haantjes die nadat ze uit het ei zijn gekropen blijkbaar niet welkom zijn op deze wereld. Nee, ze worden gehakt, vergast of verdronken, lees ik later op internet. Ik krijg daar een vieze smaak van in mijn mond en schrik nog eens extra van het feit dat  wereldwijd per jaar wel 3,2 miljard haantjes zo om zeep worden gebracht. 

Stinkende kippenfarm
Dat doet me denken aan vrienden die jarenlang in de stank van een kippenfarm hebben gewoond. Toen ze hun huis daar in het noorden kochten was die farm nog vrij klein, maar inmiddels flink uitgebreid met enorme stankoverlast tot gevolg. Daardoor was het bijna onmogelijk om te verhuizen. Want wie wil er nu een huis kopen dat weliswaar prachtig verbouwd is en omringd door een enorme tuin, maar waar je – bij bepaalde windrichting – je neus moest dichtknijpen of gedwongen was het pand te verlaten. Uiteindelijk hebben ze toch kunnen verkopen, maar voor een relatief laag bedrag.

Leuke huisdieren
Zelf hadden we vroeger – toen de kinderen klein waren – een paar krielkippen en een haantje. Een leuk soort met verschillende kleuren. In de winter mochten ze in de tuin loslopen. In de zomer zaten ze in een mooi getimmerd kippenhok met ren. Ze legden eieren die goed verstopt waren onder de meest broedse kip. Wij vonden het leuk en spannend en de kinderen waren zeer geïnteresseerd. Na een poosje kwamen er vier kuikentjes te voorschijn die direct achter hun moeder aanliepen. Tot onze schrik keek ze niet meer om naar eitje nummer vijf. In een doos met lapjes en een warme kruik kwam ook dit kuikentje uit het ei. Heel bijzonder om dat allemaal zo van dichtbij te zien. Terwijl het ei nog dicht was hoorden we niet alleen getik maar ook al een zacht getok.

We waren er blij mee, tot het moment dat we ontdekten dat het alle vijf haantjes waren die het gekraai van vader haan probeerden na te doen. Eerst vrij zacht, maar na een tijdje steeds luidruchtiger. Ze veroorzaakten vroeg in morgen veel overlast voor de buren en ons. Wat te doen? We wisten het niet en vroegen of de slager/poelier ons misschien kon helpen. Hij wilde de haantjes wel slachten en plukken voor 10 gulden per stuk. Dat vonden we echt te duur.

Uiteindelijk besloot Rob het probleem zelf op te lossen. In het ons toenmalige lijfboek Leven van het land stond precies wat je  moest doen. We wachtten tot de kinderen bij hun andere ouders waren. Eigenhandig bracht Rob het vijftal om. Maar toen de kinderen thuis kwamen en hoorden waar de haantjes waren gebleven kregen we er van langs. “Jullie zijn moordenaars, gemeen, dierenbeulen”.
Na een paar dagen, toen de storm wat geluwd was, stond er een pan met gebraden haantjes op tafel. Daar hebben we nauwelijks van gegeten, zo taai als ze waren. De kinderen aten er sowieso niet van, maar ook voor mij was het hele gebeuren genoeg om die pan kokhalzend van me af te schuiven.

Niet meer …
Daarna  hebben we voorkomen dat er levende wezentjes uit de eitjes kwamen en aten we ze met veel genoegen.
Kippen en haan zijn bij een verhuizing cadeau gedaan aan een vriend die er nog jaren plezier van heeft gehad.

Sinds kort meten we de hoeveelheid kooldioxide (CO2) in onze huiskamer met een Netatmo-weerstation en een app op de mobiele telefoon. Op het moment dat ik deze tekst tik lees ik het getal 1.265 ppm (= parts per million). Hoe erg dat is? Gezonde frisse lucht bevat 300-400 ppm. Binnen is het CO2-niveau bijna altijd hoger. Daarom gaan mensen naar buiten om een frisse neus te halen. Als aanvaardbare grens voor binnenshuis en op bedrijven wordt 1.250 ppm gehanteerd. Daarboven krijg je een bedompt, benauwd gevoel. Ventileren is dan aan te raden. Meer hierover op: https://www.klimaatbeheer.eu/blog_type/co2/.

Ik heb snel de deur opengezet. Binnen een half uurtje is het niveau gedaald tot 1.000. Als de concentratie CO2 boven de 1.250 komt is het nog niet echt ongezond, maar wel onaangenaam. Stijgt het CO2 naar meer dan 3.000 dan is er wel gevaar voor de gezondheid. Boven de 5.000 heeft het zelfs heel ernstige gevolgen.
De metingen die we doen zijn mogelijk omdat we meedoen aan een onderzoek van de TU Delft. Zij hebben aan circa 100 gezinnen in Den Haag weerstations uitgereikt voor buiten (bijvoorbeeld op een balkon) en binnen in een huiskamer. Naast de meting van C02 (alleen binnen) gaat het buiten ook over de temperatuur, de luchtdruk, het dauwpunt en de luchtvochtigheid. Heel interessant allemaal, maar mij boeit vooral de CO2, want daar kan ik zelf iets aan doen.

Ik heb nu spijt dat ik op eerste Kerstdag niet op deze app heb gekeken, want op die dag zaten we met elf personen aan een lange eettafel van heerlijke gerechten te genieten. Elf mensen die warmte (en CO2) verspreiden, dampende schalen met eten, de verwarming op 19 graden en nee, geen kaarsen aan, want daar krijg ik altijd hoofdpijn van.Ik vertel dit, omdat ik wil waarschuwen voor situaties die binnenshuis kunnen ontstaan die slecht zijn voor de gezondheid. Dus ook zonder meetinstrumenten kan je opletten dat het niet te warm wordt en benauwd en dat tijdig luchten heel belangrijk is.

Ook de moeite waard om in de gaten te houden voor het binnenklimaat is fijnstof. TNO-onderzoeker Piet Jacobs deed onderzoek naar het blootstaan aan fijnstof in de eigen keuken. Het meeste fijnstof komt vrij bij het braden van vlees en wokken van groente en het kan wel zes uur blijven hangen als je geen goede afzuigkap hebt. Het is nog niet precies bekend hoe slecht het precies is voor de gezondheid, maar goed ventileren en een raam of keukendeur open zetten kan geen kwaad.

Op 4 april 2018 gebeurt er iets heel vreemds in het bushokje waar mijn man en ik staan te wachten en napraten over het geslaagde optreden van Lebbis in Diligentia. Na een korte stilte zegt Rob opeens: “Ik word vegetariër.” Nu weet ik heel goed wat dat betekent, want als twaalfjarige besloot ik dat ook en heb het een aantal jaren volgehouden. Maar dat mijn man, die gek is op ongeveer alles wat van de slager komt, dat serieus meent kan ik echt niet geloven.

Hoezo vegetariër? Je maakt zeker een grapje, zeg ik. Maar nee hoor, hij meent het echt en legt uit dat het komt door Lebbis, die hem met zijn persoonlijke verhaal over vlees eten, dieren mishandelen en doden en het klimaat zo geraakt heeft dat hij nu definitief een punt zet achter het carnivoor zijn. Ik sta perplex. Wie had dat ooit gedacht. De bus komt er aan we stappen in. Vegetariër, hoe is het mogelijk? Ik denk aan andere boodschappen doen en ander eten koken en opeens hoor ik mezelf zeggen: OK, dan word ik het ook. Dan doen we het samen. Dat is goed om niet langer dieren te (laten) doden en het is prima voor het klimaat.

Nu is het een half jaar later en we eten wel eieren, kaas, melkproducten, vleesvervangers en speciale pillen voor vegetariërs, maar geen vlees meer. Het bevalt prima, al hebben we vrij snel besloten af en toe wel vis e.d. te blijven eten. Dan is de stap niet zo groot.
Wel deed zich een ‘probleem’ voor toen we voor een paar dagen naar Frankrijk vertrokken. Daar wonen mijn schoonzus en zwager. Zij staan bekend om de verrukkelijke Franse gerechten die voor een groot deel uit (vooral) vlees bestaan. Hoe lossen we dat op? Dat is niet zo eenvoudig. We praten erover en komen niet verder. Bij Rob loopt het water al in de mond als hij aan die maaltijden denkt. En zijn zus ‘opzadelen’ met ons vegetarisme zou de vakantiepret flink bederven, daar is hij zeker van.

Om onze nieuwe levensstijl zomaar overboord te gooien voelt voor beiden ook nogal slap. We piekeren nog een poosje verder en dan krijg ik een lumineus idee. Weet je wat, we zijn gewoon vegetariër in Nederland en … dus niet in het buitenland. Zodra we weer de grens naar Nederland overgaan op de terugweg dan is het weer over. En zo is het gegaan. Direct over de Franse grens begon voor mijn geliefde het feest. Maar mij kon het vleeseten niet meer boeien. Vissoorten, zoals zeeslakken en oesters die In Frankrijk werden aangeboden vonden echt geen weg naar mijn maag. Het bleef bij twee eenvoudige tongetjes.

Jaren geleden, hervatten Rob en ik, na een geslaagd verblijf in Marseille bij de zus en zwager van Rob, een fietstocht richting Pyreneeën via het Etang de Berre. Na een tijdje wil Rob even stoppen op een brug om naar het uitzicht en voorbijvarende boten te kijken. We houden stil, het is inderdaad prachtig. Tevreden gaan we verder. Rob rijdt voorop en dan gebeurt er iets heel vervelends. Ik krijg een harde klap tegen mijn rug en val met fiets en al op de grond. Na het slaken van een gil keert Rob om en helpt me opstaan.

Eerst snappen we niet waar die klap vandaan kwam, maar al snel wordt het duidelijk. We hebben op een brug gereden die – voor hij opendraait – met hekken wordt afgesloten voor het verkeer. Wij hebben vrij lang stilgestaan en helemaal niet in de gaten gehad dat er hekken waren die dicht konden klappen. Ook niets gehoord van een signaal of zo.
M’n rug en heup doen behoorlijk pijn, maar ik kan wel langzaam lopen. Fietsen lukt niet, want mijn mooie vrij nieuwe Gazelle Impala is flink beschadigd.

De blauw-witte hekken aan de kant van de weg kunnen (als deuren) dichtklappen.

We kijken om ons heen, maar zien nergens een brugwachtershuisje. Wel verderop een politiebureau. Langzaam lopen we naar het gebouwtje. Als we ons verhaal vertellen wordt uiterst nors en onplezierig gereageerd. Een agent kaffert ons uit en vertelt dat er geen brugwachter is, maar dat alles via camera’s bediend wordt. We zijn verkeersovertreders en het is helemaal onze eigen schuld. Het is toch bekend dat je nooit op een brug mag stilstaan. We zijn stommelingen en ga zo maar door. De agent heeft gelijk, maar om nu zo onaardig te reageren, was dat echt nodig?

Inmiddels is duidelijk dat er niets anders opzit dan de familie in Marseille, van wie we een paar uur geleden afscheid namen te bellen. We worden vrij snel opgehaald en blijven daar nog een week logeren, omdat het nogal wat tijd blijkt te nemen om m’n fiets te laten repareren. Onze fietsenmaker in Nederland kan geen onderdelen verzenden, die moeten uit Italië komen. Dat lukt uiteindelijk en de plaatselijke fietsenmaker, van Declathlon waar we de fiets hadden gebracht, gaat na ontvangst van een nieuw crankstel aan de slag. Hij snapt er echter niet veel van, zo blijkt als we de gerepareerde fiets thuis goed bekijken.
Rob en zijn zwager krijgen de fiets uiteindelijk na veel gezwoeg wel in orde en zo kunnen we na de schrik, de klap en het oponthoud onze fietstocht naar de Pyreneeën en Spanje hervatten.

Hanneke van Veen