Hanneke van Veen

Sinds een aantal maanden wandelen Rob en ik dagelijks zo’n 5.000 stappen. Dat wordt netjes bijgehouden op een stappenteller op zijn mobieltje. Op grond van de informatie op internet over dat aantal en onze leeftijd (151 jaar) lijkt ons dat voldoende. In de praktijk komen we gemiddeld op 6.000 per dag. Maar het is niet alleen gezond om dagelijks te lopen, het is ook prettig om ons niet te vervelen tijdens de Corona-beperkingen. Nu de horeca ons niet meer kan ontvangen nemen we in een rugzakje zelf koffie, thee en wat lekkers mee. In parkjes en bossen kunnen we daar op een bankje heerlijk van genieten.

Maar soms regent en/of waait het flink. Dan maar thuisblijven? Nee. We hebben daar gelukkig iets op gevonden: We stappen in de auto en rijden naar een enorm gebouw, vlak achter station Hollands Spoor: de Megastores. Het is een winkelcentrum van drie etages dat al jaren een kwijnend bestaan lijdt. Het overgrote gedeelte van de woon/slaap- en keukenwinkels staat leeg. Op de begane grond zijn een Aldi, Kruidvat, Blokker, Xenos en nog zo wat winkels en … MacDonalds waar je lekkere koffie kunt kopen voor € 1 (bejaardenkorting). Als je een extra bekertje vraagt, heb je samen aan die ene koffie meer dan genoeg.

De kosten zijn verder laag, want per uur betaal je voor parkeren maar € 1.
Lopen is er prettig. Je kunt de sporadische andere aanwezigen ruimschoots passeren. Er zijn brede gangen op drie verdiepingen. Zonder moeite kan je er een kilometer of twee lopen. Het is er schoon en de hele week open. Enige nadeel is dat het toilet (2theloo) door de week vaak dicht is.

Van alles wordt in de Megastores geprobeerd om extra publiek te trekken,
zoals deze ‘Op z’n kop’-stand. Met weinig succes overigens.

‘Rapen’ van vuil doe ik al lang. Het begon zo’n dertig jaar geleden toen ik in een stad werkte waar ik met de trein naartoe ging en vanaf het station een stuk te voet naar m’n werkadres moest afleggen: een route langs huizen, tuinen en perken. Iedere keer ergerde ik me aan de hoeveelheid vuil onderweg. Vaak hetzelfde plastic tasje, blikje, flesje als de dag ervoor.
Ik verzamelde moed en een paar dagen later nam ik een grote boodschappentas en handschoenen mee. Hete was wel een beetje griezelig om over het hekje van zo’n perk te klimmen en de tas beginnen te vullen met troep. De meeste voorbijgangers keken nogal verbaast naar die ‘keurige’ dame die dit deed.

Na ongeveer een jaar vond ik een mooi horloge midden op een brug.  Tja, wat moest ik  daar nu mee? Ik belde het politiebureau die me vertelde dat ik het horloge niet naar hun kantoor hoefde te brengen. Ik kon het houden als ik het een jaar lang niet gebruikte. Als niemand zich meldde mocht ik het daarna als mijn eigendom gebruiken. Inmiddels moet je niet meer naar de politie bellen, maar naar de gemeente. Ik hield me keurig aan de regels en heb dat horloge tientallen jaren met plezier aangehad, tot dat het niet meer gerepareerd kon worden. Ik miste het daarna echt.
Zo heb ik in de loop der jaren heel wat gevonden dat niet in de vuilnisbak verdween, maar nog gebruikt kon worden. Muntstukken, briefjes van vijf, een complete kapperszet (ook bij de politie gemeld, maar niet opgehaald), sigarettenaanstekers, mutsen, wanten, dassen, kinderspeelgoed, damestasjes enzovoort.

Ja, zo maak ik nog steeds met voldoening stukken park, bospaden, stranden en duinen al wandelend schoon. Het allerleukst is het om met partner, vriend of vriendin te rapen. Een goeie raapstok en handschoenen zijn wel belangrijk.
Nu kijken de mensen overigens niet meer zo vreemd naar je. Eerder maken ze een compliment of een kort praatje.  En … ik zie ook veel meer mensen die rapen.

Na een half uurtje rapen.

Sinds een maand of vijf lopen mijn man en ik per dag 5.000 stappen. We kunnen dat op onze mobieltjes aflezen. Het is goed voor de gezondheid en … we hebben ook nog wat leuks te doen.
Als het regent blijven we niet thuis, maar gaan naar de Megastores, een heel groot pand met enorm lange gangen en nauwelijks publiek. We  kunnen daar  flinke stukken lopen over drie verdiepingen zonder nat te worden. 

Wat het wandelen verder prettig maakt zijn de keren dat we afval en dergelijke ‘rapen’. Dan nemen we grijpstokken mee en tassen en lopen  achter elkaar of elk aan één kant van de straat, bos, strand of park. Meestal er er heel wat te vinden, vooral lege blikjes, plastic flessen en allerlei andere soort troep. Hondepoep omzeilen we om geen vieze schoenen te krijgen. Het rapen geeft ons een prettig gevoel omdat we iets nuttigs doen en veel aardige reacties krijgen van wandelaars. Soms vinden we vreemde dingen zoals broodjes, sigarettenaanstekers, zonnebrillen, verpakkingsmateriaal etc. 

Laatst liepen we in een park bij de nieuwe wijk Vroondaal, waar we een stel jonge mensen met kinderen tegenkwamen met wie we aan de praat raakten. Een van hen vroeg of hij een foto mocht maken. De fotograaf bleek Ronald Verdier (VerdierCreativeVideo) die korte bijzondere video’s maakt over bijvoorbeeld de nieuwe wijk Vroondaal, die grenst aan het park dat we bezochten, maar ook over heel andere onderwerpen.
Ook op de Facebookpagina van het park Dichtbij Vroondaal kregen we een plekje.

Als mijn echtgenoot niet kan slapen luistert hij soms (met een oortje) naar de radio, voornamelijk BBC World Service. Geregeld doet hij dan de volgende ochtend verslag van een of ander interessant onderwerp. De laatste tijd vooral over Trump, verantwoordelijke voor ernstige en discutabele toestanden in de USA.

Maar dit keer ging het over Engeland waar maar liefst 66% van de bevolking lijdt aan overgewicht en de helft daarvan aan obesitas*.  Rob luisterde naar The Food Chain waarin een interview met Jacqueline Bowman-Busato van de European Association for the Study of Obesity.
Ze vertelt hoe eigen ervaring met obesitas haar ertoe heeft gebracht te lobbyen voor een radicale verandering van de manier waarop ermee wordt omgegaan. Juist nu, na maanden ervaring met Corona, is duidelijk dat obesitas een ernstige ziekte is, een verwaarloosd en verkeerd begrepen volksgezondheidsprobleem.

Corona door obesitas nog dodelijker
Uit wereldwijd onderzoek blijkt inmiddels dat mensen die lijden aan obesitas veel ernstiger gevolgen ondervinden van het Corona-virus dan anderen van dezelfde leeftijd. De kans op IC-opname is tweemaal zo groot en de sterftekans 50% hoger. Dat komt o.a. doordat mensen met obesitas vaak een slechtere longfunctie hebben en verminderde weerstand tegen infecties.

Jacqueline Bowman-Busato strijdt al jaren voor een andere kijk op overgewicht en obesitas. Vaak worden die alleen als een levensstijl-probleem gezien: als je dikker bent, is dat gewoon je eigen keuze en als je er wat aan wilt doen is de oplossing eenvoudig: meer bewegen plus minder en gezonder eten. Maar zo eenvoudig is het niet. Obesitas heeft te maken met onderliggende lichamelijke factoren die niet zo eenvoudig te beïnvloeden zijn. Daarbij komt dat onze dagelijkse leefomgeving, winkels, reclame en marketing ons steeds meer lijken te verleiden tot het eten van ongezond ultra-bewerkt voedsel met teveel vet, zout en suiker.
Van roken weten we inmiddels dat het een zware verslaving is met ernstige gevolgen, waaronder longkanker en vroegtijdige dood. Door voorlichting, hoge belasting op tabak, wetgeving en de rol die gezondheidsorganisaties speelden (en spelen) is het percentage rokers in westerse landen enorm teruggebracht tot minder dan een kwart van de bevolking.

De switch van Boris
Overgewicht en obesitas krijgen nog steeds te weinig aandacht in het medische circuit en overheidsbeleid. Nu lijkt dat – door de Corona-crisis – eindelijk te gaan veranderen.
Goed voorbeeld daarvan is wat in Engeland gebeurde met Boris Johnson. Toen daar een eerste suikertaks werd ingevoerd, werd hij daarvan groot tegenstander en noemde het de Nanny-tax: de overheid is geen kindermeisje van de bevolking. Of je nu dit of dat eet is je eigen keuze en of je lichter of zwaarder bent kan je zelf met een beetje wilskracht beïnvloeden, daar is geen betuttelende overheid voor nodig.

Maar zo eenvoudig bleek dat niet. Boris kreeg Corona, ging naar het ziekenhuis, kwam op de IC terecht en er werd gevreesd voor zijn leven. Wat er precies in het ziekenhuis is gebeurd weten we niet. Wel vertelt hij nu in op sociale media verspreide videoboodschappen eerlijk dat hij veel te dik (BMI boven de 30) was en daar extra veel last van kreeg op de Intensive Care. Na ‘zijn’ Corona is hij heel anders over obesitas gaan denken. Hij pleit nu voor nationale programma’s om gewichtverlies te bevorderen, niet alleen voor individuele bewoners van Engeland, maar ook om de National Health Service te ontlasten. En – last but not least – ter bevordering van de economie, omdat de schade door obesitas enorm is door lagere arbeidsproductiviteit en ziekteverzuim.

Europa ook door de bocht
Obesitas is een ernstige (niet besmettelijke) ziekte, die meer onderzoek vereist en uitgebreide behandeling, niet alleen op korte, maar vooral op lange termijn. Daarbij moet duidelijk worden dat we onszelf (en helemaal onze kinderen) minder moeten laten blootstellen aan alles wat de industrie ons voorschotelt. Met alcohol en tabak zijn we al een stuk verder, nu nog overgewicht en obesitas.

Er is in Europese landen eindelijk wat meer aandacht voor overgewicht en obesitas, nu duidelijk is dat het een verergerende invloed heeft op Corona. De Europese Commissie heeft recent over e.e.a. uitgebreide stukken gepresenteerd. Merkel en Macron hebben – dit keer eensgezind met Johnson – aangekondigd obesitas veel prominenter op de agenda te zetten, juist door de dodelijke effecten ervan bij Corona.

Hanneke van Veen & Rob van Eeden

  • Van overgewicht is sprake bij een BMI (Body Mass Index) tussen de 25 en 30, boven de 30 heb je obesitas. Goede informatie hierover is te vinden op de site van het Voedingscentrum. Let op: voor mensen boven de 70 gelden iets andere waarden.

Op vrijdag 20 december 2019 werd Urgenda door de Hoge Raad definitief in het gelijk gesteld in de zaak tegen de Nederlandse Staat. Onze regering moet de uitstoot van CO2 eind 2020 met minimaal 25% (ten opzichte van 1990) hebben teruggebracht. Hoera!!!
Maar het betekent niet dat dit nu zomaar allemaal voor elkaar komt. Urgenda kwam in 2019, samen met meer dan 500 maatschappelijke organisaties, met het 40-puntenplan. Dit is een handreiking vanuit de samenleving aan het kabinet om die 25% reductie van CO2 inderdaad in 2020 te halen. Inmiddels staan er zelfs nog meer mogelijkheden op de website van Urgenda.

Grootouders voor het Klimaat, ook gesteund door Urgenda, roept ons op mee te werken aan één van hun recente projecten. Boer Mark Venner wil in Baexem (Limburg) de gangbare melkveehouderij van zijn familie gaan omvormen. Het gaat daarbij om een groot voedselbos, uiteindelijk 15 ha, waar je als particulier of bedrijf vierkante meters grond kunt ‘adopteren’. Door het doneren van € 15 maak je de beplanting van 10 m2 mogelijk.
Via crowdfunding is de afgelopen weken al ruim 20% binnengekomen van het totaal benodigde bedrag van € 75.000 voor de eerste 5 ha.
Het gaat om het ‘Leuker Voedselbos’. Langs de boerderij loopt de Leubeek, en de gebouwen liggen aan de Leukerweg, vandaar de naam.

Het wordt een bos dat in de toekomst veel voedsel zal opleveren. Zelf heb ik
enthousiast een eerste donatie overgemaakt voor een flink deel van de haag, die in februari zal worden aangeplant. Daarna wordt een beplantingsplan gemaakt voor de eerste 5 ha, waarvan de aanplant in het najaar van 2020 zal beginnen. Wie doet er mee? Meer informatie op:
https://grootoudersvoorhetklimaat.nl/product/sponsor-het-leuker-voedselbos.

Helaas is onderstaand project niet doorgegaan. O.a. door de Corona-crisis bleek het niet mogelijk het streefbedrag bij elkaar te brengen.

Bij toeval ontdekten Rob en ik op TV-West een prachtig filmpje over Swetterhage in Zoeterwoude, woonplek voor 320 mensen met een verstandelijke/lichamelijke beperking. Het filmpje raakte ons zo dat we besloten er een kijkje te nemen. Na een  wandeling langs een flink aantal gebouwen werden we vriendelijk ontvangen door de medewerkster die zich speciaal met dit project bezighoudt. In een grote lichte ruimte waar koffie en thee werden geserveerd zagen we bewoners druk bezig met lichte werkzaamheden, anderen tekenden of puzzelden. Na uitleg over de manier van werken in Swetterhage gingen we naar een ruimte waar een maquette  te zien was. Want daar was het om te doen: een dagbestedingsgebouw, ontworpen door de beroemde Oostenrijkse kunstenaar Friedensreich Hundertwasser.

Ter vervanging van een sterk verouderd gebouw is men van plan om een dagbestedingscentrum te bouwen dat er heel bijzonder uitziet, naar een origineel ontwerp van Hundertwasser, uitgewerkt door een Nederlandse architect.  Hundertwasser stelde nogal aparte eisen aan zijn ontwerpen die op diverse plekken in Europa te bewonderen zijn. Geen stijve stapels verdiepingen en saaie kleuren, maar vrolijke,  wonderlijk gevormde gevels en ruimten. De maquette laat dat zien: een sprookjesachtig gebouw met veel groen aan de buitenkant en op het dak: bomen, struiken en planten ter compensatie voor de kaalslag die nodig is voor de bouw.

Een project als dit is een prachtige aanwinst voor de bewoners, zoals in de film duidelijk te zien is. Maar ook bezoekers en personeel kunnen er in de toekomst ruimschoots van genieten.
Zoiets kost natuurlijk meer dan het bouwbudget (van acht miljoen euro) toelaat. Om er dit fraaie gebouw van te maken is twee miljoen extra nodig. Men is al een tijd druk bezig met allerlei acties en sponsoring om dat bedrag bij elkaar te brengen. Meer dan de helft is er al, maar er is nog ongeveer acht ton nodig om te kunnen starten met bouwen, hopelijk in 2020.

Wij besloten om lid te worden van de Club van 1.000 met inmiddels al meer dan 100 leden. Door duizend euro te sponsoren (aftrekbaar) help je dit project realiseren en profiteer je mee van allerlei voordelen van het lidmaatschap.
Maak het verschil en bouw mee!
Uitgebreide informatie (en een nieuwsbrief) is te vinden op: hartvoorhundertwasser.nl en op de Facebookpagina.
Voor meer informatie over sponsoring kan ook contact worden opgenomen met Sandra Larsen: sandra.larsen@gemiva-svg.nl of 06 15 53 02 66

Zaterdag 13 april 2019 verscheen een groot artikel over Rob, mij en de Vrekkenkrant in de NRC. Heel spannend natuurlijk. De tekst hadden we ruim van tevoren kunnen lezen en hier en daar aangepast, maar hoe het artikel, de kop(jes) en de foto’s eruit zouden zien wisten we niet. Na aanschaf bladerden we de krant snel door en zagen de lange tekst met een foto … die niet bepaald in de smaak viel. Sterker nog: ik vond hem ronduit lelijk. 

Lees de rest van dit artikel »

Geachte mw. Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Tot mijn grote schrik las ik onlangs in de NRC dat uw voorganger Henk Bleker zo’n zeven jaar geleden bosbeheerders in Nederland toestemming heeft gegeven bospercelen geheel kaal te kappen, de bosbodem te bewerken en nieuw bos te laten ontkiemen. De hr Bleker meende, in zijn functie van staatssecretaris van Economische zaken, Landbouw en Innovatie, dat daar veel geld mee verdiend kon worden.

Roofbouw
De schrijvers van dit artikel (Rudy Rabbinge & Jaap Kuper) noemen deze opvatting een verouderde gedragscode waarmee het bos wordt vernield. Bomen, takken, tophout en jonge boompjes worden afgevoerd (om af leveren aan biomassacentrales?) . Het bos is in hun opvatting vogelvrij.

Dreun
Toen ik dit artikel las leek het wel of ik een klap in mijn gezicht kreeg. M’n hele volwassen leven heb ik mijn best gedaan om de aanplant van bos te ondersteunen en nu lees ik deze berichten. Schandelijk, triest en dom zijn de woorden die in me opkwamen.

Doneren voor bos
Op ons huwelijksfeest, dertig jaar geleden hebben we een inzameling gehouden onder familie en vrienden om samen met het Zuid-Hollands Landschap een bos aan te planten dat nu bekend staat als het Nessebos. Op verjaardagen vroeg ik om geld voor bomen, ik organiseerde rommelmarkten voor bomen, waarvan de opbrengsten gingen naar Trees for All, Parkbos De Haar, Bomen voor Koeien enz.

Kater
Maar nu ik gelezen heb welke verkeerde kant het opgaat met de bossen en er – zoals in bovengenoemd artikel – gesproken wordt over grootschalige bosvernietiging, roofbouw en nonchalant rondspringen met bos, begin ik sterk te twijfelen of het nog enige zin heeft om geld te  doneren voor de aanplant van bomen.

Klimaatopwarming
Overal kunnen we lezen dat er van alles moet gebeuren om de klimaatopwarming tegen te gaan, om C02 terug te dringen en dat we daarbij bomen nodig hebben. En wat doen we en wat laten we gebeuren in Nederland? We kappen bomen om daarmee geld te verdienen.

Hoe lang duurt het om dit weer enigszins recht te zetten? 
Ik hoop van harte dat u, mevrouw Schouten zich voor 100% gaat inzetten om deze volkomen verkeerde gedragscode zo snel mogelijk af te schaffen.

Tante Klazien is al jaren dood, maar tijdens onze maaltijden is ze soms min of meer aanwezig. Dat gebeurt op het moment dat ik nog zit te eten en Rob al vast deksels op potjes draait, de kaasdoos dicht doet en overgebleven boterhammen op een stapeltje legt. Dan kan ik het niet laten om te zeggen dat hij tante Klazien weer eens nadoet, want zijn oude tante stond erom bekend heel ongeduldig te zijn. Ze kon niet wachten tot iedereen de laatste hap naar binnen gewerkt had. Nee, ze begon voortijding met afruimen. En dit gedrag wordt nu geregeld door neefje Robbie herhaald, onder het mom van: als tante Klazien het mag, dan mag ik het ook.

Tante Klazien is overigens niet de enige uit de familie Van Eeden die ongevraagd bij ons komt aanschuiven. Zijn moeder (ook al overleden) is vaak van de partij, vooral bij het natafelen. Als er nog wat overblijfselen in de schalen liggen, dan zoeken Robs wijsvinger en duim hun weg naar achtergebleven stukjes, met zo’n lekker korstje, of andere aantrekkelijke restjes. Dat vindt hij volkomen normaal, want dat heeft hij van huis uit meegekregen.

Zelf ben ik opgevoed met de regel NOOIT iets met je hand uit de schalen of pannen te halen als ze nog op tafel staan. Nu heb ik wel een keurige opvoeding van mijn moeder gehad, maar mijn vader was de grote spelbreker. Die kon slurpen, met zijn handen eten en ze daarna afvegen aan het tafelkleed. Het allerergste was dat hij stukjes vlees tijdens de maaltijd onder de tafel op de grond gooide, niet omdat hij het niet lustte, maar bestemde voor de poes, die al een tijdje zat te wachten. Mijn moeder riep dan vertwijfeld: “Houd daar nu eens mee op Lydius, de vloerbedekking zit vol vlekken door dat gedoe. Bah, je moet het goede voorbeeld geven!” “Een poes is ook maar een mens!” zei hij dan.

Mijn vader en moeder komen zelden tijdens de maaltijden op bezoek, maar wel als er vis wordt gegeten. Dat kregen we thuis nooit, omdat mijn moeder dat ronduit vies vond. Mijn vader hield juist van vis. Daar was een oplossing voor bedacht. Hij kon overdag, als mijn moeder als schooljuffrouw les gaf, in zijn eigen vispannetje paling of iets anders klaarmaken en daar rustig in z’n eentje van smullen.

Tot slot komt mijn broertje soms mee-eten. Als klein jongetje leerde hij net als z’n drie zusjes bidden. We gebruikten geregeld de sterk verkorte versie van het ‘onze vader’. Bij ons was het: Here, zegen deze spijze, amen.’ Mijn broertje Henkie, zei dan:  Here, spijker, hamer. Dat leverde wel wat onderdrukt gegiechel op, maar we lieten hem zijn gang gaan. Als ik ergens ben waar gebeden wordt voor het eten, dan doe ik niet actief mee. Ik houd mijn ogen open en denk aan iets anders. Dan komt heel vaak mijn broertjes tekst weer in de herinnering terug.

Rob en ik aten laatst een eitje bij de lunch en genoten ervan, want sinds we (bijna een jaar geleden) vegetariër werden is de keuze voor broodbeleg wat teruggelopen. Het gesprek gaat – vanwege die eitjes – over veganisme, geen melk drinken en over haantjes die nadat ze uit het ei zijn gekropen blijkbaar niet welkom zijn op deze wereld. Nee, ze worden gehakt, vergast of verdronken, lees ik later op internet. Ik krijg daar een vieze smaak van in mijn mond en schrik nog eens extra van het feit dat  wereldwijd per jaar wel 3,2 miljard haantjes zo om zeep worden gebracht. 

Stinkende kippenfarm
Dat doet me denken aan vrienden die jarenlang in de stank van een kippenfarm hebben gewoond. Toen ze hun huis daar in het noorden kochten was die farm nog vrij klein, maar inmiddels flink uitgebreid met enorme stankoverlast tot gevolg. Daardoor was het bijna onmogelijk om te verhuizen. Want wie wil er nu een huis kopen dat weliswaar prachtig verbouwd is en omringd door een enorme tuin, maar waar je – bij bepaalde windrichting – je neus moest dichtknijpen of gedwongen was het pand te verlaten. Uiteindelijk hebben ze toch kunnen verkopen, maar voor een relatief laag bedrag.

Leuke huisdieren
Zelf hadden we vroeger – toen de kinderen klein waren – een paar krielkippen en een haantje. Een leuk soort met verschillende kleuren. In de winter mochten ze in de tuin loslopen. In de zomer zaten ze in een mooi getimmerd kippenhok met ren. Ze legden eieren die goed verstopt waren onder de meest broedse kip. Wij vonden het leuk en spannend en de kinderen waren zeer geïnteresseerd. Na een poosje kwamen er vier kuikentjes te voorschijn die direct achter hun moeder aanliepen. Tot onze schrik keek ze niet meer om naar eitje nummer vijf. In een doos met lapjes en een warme kruik kwam ook dit kuikentje uit het ei. Heel bijzonder om dat allemaal zo van dichtbij te zien. Terwijl het ei nog dicht was hoorden we niet alleen getik maar ook al een zacht getok.

We waren er blij mee, tot het moment dat we ontdekten dat het alle vijf haantjes waren die het gekraai van vader haan probeerden na te doen. Eerst vrij zacht, maar na een tijdje steeds luidruchtiger. Ze veroorzaakten vroeg in morgen veel overlast voor de buren en ons. Wat te doen? We wisten het niet en vroegen of de slager/poelier ons misschien kon helpen. Hij wilde de haantjes wel slachten en plukken voor 10 gulden per stuk. Dat vonden we echt te duur.

Uiteindelijk besloot Rob het probleem zelf op te lossen. In het ons toenmalige lijfboek Leven van het land stond precies wat je  moest doen. We wachtten tot de kinderen bij hun andere ouders waren. Eigenhandig bracht Rob het vijftal om. Maar toen de kinderen thuis kwamen en hoorden waar de haantjes waren gebleven kregen we er van langs. “Jullie zijn moordenaars, gemeen, dierenbeulen”.
Na een paar dagen, toen de storm wat geluwd was, stond er een pan met gebraden haantjes op tafel. Daar hebben we nauwelijks van gegeten, zo taai als ze waren. De kinderen aten er sowieso niet van, maar ook voor mij was het hele gebeuren genoeg om die pan kokhalzend van me af te schuiven.

Niet meer …
Daarna  hebben we voorkomen dat er levende wezentjes uit de eitjes kwamen en aten we ze met veel genoegen.
Kippen en haan zijn bij een verhuizing cadeau gedaan aan een vriend die er nog jaren plezier van heeft gehad.

Hanneke van Veen